Bereidingswijzen
Elke bereidingswijze heeft zijn voor- en nadelen: duur van de bereiding, het al dan niet nodig hebben van vetstoffen, … Om de cholesterolwaarden in het bloed onder controle te houden, hart- en vaatziekten te voorkomen en een gezond gewicht te behouden, is het belangrijk zoveel mogelijk bereidingswijzen te kiezen met weinig of zonder vet.
Vetarme bereidingswijzen
Op tal van manieren kan het vetgehalte van bereide voedingsmiddelen beperkt worden. Een aantal praktische tips. Gebruik kookwater van groenten om soep of saus klaar te maken. Het is rijk aan minerale zouten. Stoom groenten, aardappelen en vis in een snelkoker of mandje. Zo blijven de voedingswaarde en de smaak goed bewaard. Rooster vlees. Er is dan geen extra vetstof nodig om een goudgeel gebakken en knapperig stuk vlees te krijgen. Laat niet te lang bakken zodat het vlees geen zwarte randen vertoont. Bak vlees in een braadpan met speciale anti-kleeflaag zodat geen bereidingsvet nodig is. Gebruik je toch bereidingsvet bij het bakken, beperk het dan tot maximaal één eetlepel per persoon. Stoof karbonade, hutsepot of ragout in een weinig vloeistof en op een zacht vuurtje. Pocheer (= tegen de kook aan in visbouillon gaar laten worden) vis of wikkel hem met ui en verse kruiden in een ingevette folie en laat hem garen in de oven of microgolfoven. Maak voedingsmiddelen eens vaker klaar in de microgolfoven. De voedingswaarde en de oorspronkelijke smaak van de voedingsmiddelen blijft bewaard. Bereid groenten, aardappelen en vis af en toe in aluminiumfolie. Breng groenten eerder op smaak met kruiden dan met (room)sauzen. Wees zuinig met room en slagroom bij het eten van fruit. Vervang in een recept de vette producten zoals (slag)room door magere plattekaas, magere yoghurt, halfvolle koffiemelk of ingedikte culinaire room maar let bij dit laatste op het vetgehalte op de verpakking. Gebruik voor fondue een geurige, hete magere bouillon.
Frituren
Gefrituurde bereidingen zoals frieten, kroketten, … horen thuis in de restgroep van de actieve voedingsdriehoek. Dat betekent dat ze niet noodzakelijk zijn voor een gezonde voeding. Tijdens het bakken nemen ze immers een grote hoeveelheid vet op waardoor ze te veel calorieën bevatten. Elke dag gefrituurde gerechten eten is dan ook niet verstandig. Frituurbereidingen zijn niet verboden maar je beperkt ze het best tot maximaal eenmaal per week. Tips om op een gezondere manier te frituren: Kies frituurolie (blijft vloeibaar op kamertemperatuur) in plaats van dierlijk of plantaardig frituurvet (wordt hard op kamertemperatuur). Beiden brengen even veel vet en calorieën aan maar frituurolie is aanbevolen omdat het minder verzadigde vetzuren bevat. Geef de voorkeur aan dik gesneden frieten. Ze nemen minder vet op dan fijn gesneden varianten. Verhit de frituurolie tot max. 175°. Bak frieten ook niet op een te lage temperatuur want dan nemen ze meer vet op en bak ze tot ze goudgeel zijn. Zorg er zeker voor dat ze niet te donker worden. Leg niet te veel frieten in het frituurmandje. Zo vermijd je dat de temperatuur van de olie of het vet te vlug daalt, waardoor de frieten onvoldoende snel dichtschroeien en meer vet opnemen. Laat de gefrituurde gerechten uitlekken op absorberend papier. Verwijder na gebruik met een schuimspaan verbrande restjes uit de frietketel. Ververs de olie of het vet regelmatig. Door het steeds opnieuw verhitten en afkoelen, stapelen zich afbraakproducten op die de gefrituurde gerechten vetter maken en de gezondheid kunnen schaden. Vervang de olie of het vet na zes tot acht bakbeurten. Ook wanneer het vet stroperig of donker wordt, ruikt of schuimt, moet het dringend ververst worden. De kwaliteit van de olie of het vet neemt ook sneller af door te hoge baktemperaturen, verbrande restjes in de frietketel en het frituren van vlees of vis.

