Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker
In België is baarmoederhalskanker de tweede doodsoorzaak door kanker voor vrouwen tussen 15 en 44 jaar. Tijdige vaccinatie kan het risico op deze kanker sterk inperken.
Werking van het vaccin
Het HPV-vaccin voorkomt besmetting met bepaalde typen van het HPV-virus. De vaccins tegen baarmoederhalskanker Gardasil® en Cervarix® werken tegen de HPV-typen 16 en 18 die het vaakst aan de basis liggen van het ontstaan van baarmoederhalskanker. Het vaccin Gardasil® beschermt ook tegen de typen HPV 6 en 11 die genitale wratten kunnen veroorzaken.
Wanneer het virus al actief is, kan het vaccin de infectie niet genezen. Het kan wel nog beschermen tegen infecties veroorzaakt door een ander type HPV-virus dat in het vaccin zit en waarmee je niet besmet bent.
Waarom vaccineren?
Ieder jaar krijgen ongeveer 350 Vlaamse vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker te horen. Ongeveer 1/3 van deze vrouwen sterft aan de gevolgen van de ziekte.
Na vaccinatie maakt het lichaam meer dan tien keer zoveel antistoffen tegen HPV 16 en 18 aan als bij een natuurlijke infectie. Vaccinatie van meisjes die nog niet met HPV zijn besmet, zou hun risico op baarmoederhalskanker met 70 % verminderen.
Voor wie?
De vaccinatie gebeurt het best vóór je seksueel actief wordt, omdat het virus juist via seksuele contacten wordt overgedragen. Op jonge leeftijd reageert het afweersysteem het best op de vaccinatie. De Hoge Gezondheidsraad beveelt daarom de vaccinatie in de eerste plaats aan voor meisjes van 10 tot en met 15 jaar.
Jonge vrouwen tot 26 jaar die wel al seksueel contact hadden, kunnen ook nog baat hebben bij de vaccinatie maar bespreken dit het best eerst met hun arts.
Verloop van de vaccinatie
De vaccinatie bestaat uit drie inspuitingen, gespreid over een periode van zes maanden. De tweede inspuiting gebeurt het best één tot twee maanden na de eerste vaccinatie, de derde zes maanden na de eerste inspuiting. Je kunt voor de vaccinatie terecht bij de huisarts. Meisjes in het eerste jaar secundair onderwijs of meisjes die 12 jaar worden, kunnen zich gratis laten vaccineren via het CLB. De vaccins tegen baarmoederhalskanker zijn veilig en hebben weinig nevenwerkingen. Pijn op de injectieplaats en meer zeldzaam koorts in de loop van de veertien dagen na de vaccinatie zijn de voornaamste bekende nevenwerkingen.
Kanker nog mogelijk?
De bestaande vaccins kunnen niet garanderen dat je nooit baarmoederhalskanker krijgt. Aangenomen wordt dat bij tijdige vaccinatie tot 70 % van de baarmoederhalskankers kunnen worden voorkomen. Regelmatige controle via een uitstrijkje blijft noodzakelijk omdat het nu de enige manier is waarop de arts afwijkingen kan opsporen die tot baarmoederhalskanker kunnen leiden. Een uitstrijkje is een gynaecologisch onderzoek waarbij de arts de binnenkant van de vagina en de baarmoederhals bekijkt en wat celmateriaal wegneemt voor verder onderzoek. Het is aanbevolen om de drie jaar een uitstrijkje te laten nemen voor wie tussen 25 en 65 jaar is.
Levenslang beschermd?
Omdat de vaccins nog maar recent werden ontwikkeld, konden de effecten op lange termijn nog niet worden onderzocht. Wel is aangetoond dat de vaccins al minstens zeven jaar hun werkzaamheid behouden.
Onderzoekers verwachten dat het vaccin veel langer en misschien zelfs levenslang zal beschermen zoals andere vaccins dat doen. Verder onderzoek zal moeten aantonen of een herhalingsvaccin op termijn nodig is.
Folder

