Belang van vaccineren
Hoewel er soms berichten opduiken die mensen doen twijfelen aan het nut van vaccinaties is er geen reden om de betrouwbaarheid en het belang ervan in vraag te stellen.
Individuele bescherming
Tijdens de zwangerschap krijgt een kind antistoffen van de moeder die het gedurende twee tot drie maanden beschermen tegen een beperkt aantal ziekten. Ook borstvoeding bevat afweerstoffen die een beschermend effect hebben tegen bv. darminfecties maar niet tegen ernstige ziekten zoals polio, difterie of kinkhoest. Vaccinatie op jonge leeftijd is dus absoluut noodzakelijk! Wie gevaccineerd is, is beschermd tegen een bepaalde ziekte of maakt ze in het slechtste geval in een minder ernstige vorm door.
Collectieve bescherming
Vaccinatie is niet alleen belangrijk voor een individu, ook de totale bevolking is beter beschermd als zoveel mogelijk personen ingeënt zijn. Dat principe noemt men ‘groepsimmuniteit’. Als binnen een bevolkingsgroep 90 % van de mensen tegen een ziekte gevaccineerd is, kan de ziekte niet door de overblijvende 10 % worden doorgegeven. Zo ruim mogelijk vaccineren zorgt ervoor dat bepaalde ziekten definitief uitgeroeid kunnen worden. Dat is bv. het geval met pokken die sinds de jaren 1980 zijn uitgeroeid. De wereldgezondheidsorganisatie streeft ernaar dat tegen 2010 polio uitgeroeid zal zijn. In landen waar niet of onvoldoende gevaccineerd wordt, blijven infectieziekten veel slachtoffers eisen. Zo sterven jaarlijks nog 300 000 tot 400 000 kinderen aan mazelen.

