Misvattingen en vragen
Regelmatig duiken er berichten op die mensen vragen doen stellen over het nut vaccinaties. Er is nochtans geen reden om de betrouwbaarheid en het belang ervan in vraag te stellen.
Vaak gehoorde misvattingen
Vaccineren is tegennatuurlijk. Het immuunsysteem reageert op vaccins op dezelfde manier als op een natuurlijke ziektekiem. Bij vaccinatie maak je de ziekte echter niet of slechts in een milde vorm door. Het grote verschil is dat ziektekiemen op elk moment en onverwacht kunnen toeslaan terwijl artsen bij vaccinatie het soort vaccin, het tijdstip en de methode van vaccinatie zelf in de hand hebben. Het afweersysteem raakt uitgeput door de vele vaccinaties. Van bij de geboorte reageert het immuunsysteem voortdurend tegen allerlei mogelijk gevaarlijke ziektekiemen. Het aantal ziekteverwekkers waartegen het afweersysteem reageert, is ontelbaar. Het aantal vaccinaties daartegen is verwaarloosbaar klein.
Borstvoeding biedt even veel bescherming als vaccinatie. Borstvoeding bevat inderdaad afweerstoffen die de baby een zekere bescherming bieden tegen bepaalde infecties, bv. darminfecties. Die afweerstoffen beschermen de baby echter slechts twee tot drie maanden en lang niet tegen alle ziekten. Bovendien bereiken niet alle antistoffen van de moeder het kind. Borstvoeding beschermt dus in vergelijking met vaccinatie onvoldoende tegen infectieziekten. Tegen ernstige ziekten zoals difterie, kinkhoest en polio beschermt borstvoeding zelfs helemaal niet. Daarom is het goed om ook kinderen die borstvoeding krijgen op de normale leeftijden volgens het aanbevolen basisvaccinatieschema te laten inenten. Vaccinaties kunnen chronische ziekten veroorzaken. Af en toe verschijnen er artikels waarin een verband verondersteld wordt tussen vaccinaties en het ontstaan van chronische ziekten zoals astma of allergie. Er is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs dat die stelling ondersteunt. Voor sommige ziekten is net aangetoond dat er helemaal geen verband bestaat. Dat is bv. het geval voor autisme, chronische darmontstekingen en diabetes. Er is ook aangetoond dat vaccinatie tegen rodehond geen chronische gewrichtsklachten veroorzaakt.
Vaccinaties versterken de natuurlijke weerstand tegen ziekten door de opbouw van afweerstoffen. Je lichaam kan bijna onbeperkt afweerstoffen aanmaken. Combineren van vaccins leidt bovendien soms tot een betere opbouw van antistoffen. Vaccinatie is de eenvoudigste, veiligste en goedkoopste manier om afweerstoffen op te bouwen.
Veelgestelde vragen
Moeten vaccinaties bij een te vroeg geboren kind worden uitgesteld? Neen. Te vroeg geboren kinderen hebben juist veel baat bij tijdig vaccineren omdat een kind in de laatste maanden van de zwangerschap normaal veel afweerstoffen van de moeder krijgt. Te vroeg geboren kinderen hebben die afweerstoffen van de moeder vaak nog niet gekregen waardoor ze veel vatbaarder zijn voor ziekten. Verhogen vaccinaties de kans op wiegendood? Neen. Zowel het onderzoek naar wiegendood als het onderzoek naar de bijwerkingen van vaccinaties heeft geen enkel verband aangetoond tussen vaccinaties en wiegendood. Geeft vaccinatie levenslang bescherming? Met uitzondering van kinkhoest zijn de meeste mensen na het doorlopen van het basisvaccinatieschema gedurende minstens twintig jaar voldoende beschermd. Levende vaccins zoals het vaccin tegen bof, mazelen en rubella geven over het algemeen een langdurige, vaak levenslange bescherming. Bij dode vaccins moet de bescherming opgebouwd worden door verschillende vaccinaties en soms versterkt worden met hervaccinaties. Omdat het immuunsysteem van zuigelingen nog niet volgroeid is, hebben zij meestal meer vaccinaties nodig om volledig beschermd te zijn. De bescherming neemt bij elke volgende dosis toe. Er zijn ook ziekten die zelfs na volledige vaccinatie nog kunnen optreden, bv. kinkhoest. De ernst van de aandoening is na vaccinatie altijd minder groot. Voor difterie en tetanus is er om de tien jaar een herhalingsvaccinatie nodig. Heeft het niet vaccineren van kinderen nadelige gevolgen? Ja, zowel voor het kind als voor de volksgezondheid. Sommige ouders laten hun kinderen niet inenten, bv. uit levens- of geloofsovertuiging of omdat ze alternatieve geneeswijzen verkiezen. Een kind dat niet gevaccineerd is, is echter onvoldoende beschermd tegen sommige gevaarlijke infectieziekten. Hoe meer mensen vaccinaties weigeren, hoe groter de kans dat in ons land verdwenen ziekten weer de kop opsteken. Vaccineren beschermt je dus niet enkel als individu maar ook als gemeenschap. Waarom worden niet alle vaccins in één spuit gegeven? Het is onmogelijk om zo’n ingewikkeld vaccin te maken. De ontwikkeling van één vaccin duurt ongeveer tien tot vijftien jaar, de ontwikkeling van een combinatievaccin nog langer. Hoe meer bestanddelen in een vaccin aanwezig zijn, hoe meer technische problemen er kunnen ontstaan. Bovendien moet ook de veiligheid van elk vaccinonderdeel apart getest worden. Mag je gevaccineerd worden als je ziek bent? Er zijn nauwelijks redenen waarom je niet gevaccineerd mag worden. Ook bij verkoudheid, lichte koorts of antibioticagebruik mag je gevaccineerd worden. Ben je ernstiger ziek, dan kan een vaccinatie worden uitgesteld. Slechts in uitzonderlijke gevallen zoals een verstoord afweersysteem mag niet gevaccineerd worden. Bij twijfel overleg je best eerst met je arts. Mag je gevaccineerd worden als je allergisch bent voor kippenei-eiwit? Dat hangt van het soort vaccin af. De vaccins uit het basisvaccinatieschema kunnen zonder problemen gegeven worden. Enkel in de vaccins tegen griep of gele koorts die gekweekt worden op bebroede kippeneieren kan kippenei-eiwit in heel kleine hoeveelheden voorkomen en een ernstige reactie uitlokken als je allergisch bent voor kippenei-eiwit. Overleg met je arts vooraleer je je laat vaccineren. Kan je na vaccinatie de betreffende ziekte nog krijgen? Na vaccinatie treedt niet bij iedereen de gewenste immuunreactie op. Zeer zelden kan je ondanks vaccinatie de ziekte toch nog doormaken. Dat gebeurt dan meestal in een minder ernstige vorm. Zijn de ziekten waartegen gevaccineerd wordt goed te behandelen? Over het algemeen zijn het moeilijk of niet te behandelen ziekten. Vaak zijn enkel de symptomen met geneesmiddelen te behandelen. De ziekte leidt in veel gevallen tot onomkeerbare schade.

