Kunstheup gaat steeds langer mee
De kunstheup gaat nu langer mee dan tien jaar geleden, maar er blijven grote verschillen. Dat blijkt uit een CM-onderzoek bij meer dan 50 000 leden die een kunstheup kregen wegens artrose. Met een observatieperiode van 19 jaar (1990-2008) behoort dit onderzoek tot de omvangrijkste ter wereld.
- Wie de voorbije tien jaar een kunstheup heeft laten plaatsen, heeft meer dan 92,50 procent kans dat de prothese nog steeds goed functioneert.
- Dat is een verbetering in vergelijking met een vorige CM-studie uit 2000: de kunstheup moet nu bij 12 procent minder mensen worden vervangen.
Toch blijven er verschillen naargelang de patiënt, het soort prothese, het ziekenhuis en de arts.
- Steeds vaker worden mensen tussen 45 en 50 jaar geopereerd. Omdat zij de kunstheup doorgaans zwaarder belasten dan de oudere patiënten, gaat de heup vaak minder lang mee.
- De resurfacing prothese, een kleinere prothese ook bekend als sportheup, geeft minder goede resultaten bij vrouwen door botontkalking.
- De cementloze kunstheup is de meest gebruikte, maar deze gaat minder lang mee dan de volledig gecementeerde prothese en is bovendien duurder, zowel voor de patiënt als voor de ziekteverzekering.
- CM vond meer dan 1 000 verschillende combinaties van onderdelen van de prothese. Voor veel materialen zijn nog geen langetermijnresultaten bekend wat betreft de kwaliteit en veiligheid.
- De beste ziekenhuizen doen het zes keer beter dan het nationale gemiddelde, de zwakste bijna vijf keer slechter.
- Artsen die veel ingrepen doen, scoren beter. Bij een chirurg die minder dan zes ingrepen per jaar doet, is de kans tot 50 procent groter dat de prothese op termijn vervangen moet worden dan bij een chirurg die meer dan twintig kunstheupen per jaar plaatst.
CM-aanbevelingen
Totale heupprothese in België - een vervolganalyse (PDF - 163 kB)
Steeds meer Belgen krijgen een kunstheup (studie augustus 2009)
CM-tegemoetkoming voor gewrichtsprothesen
