Aantal huisbezoeken daalt verder
Persbericht 29 december 2010
26 procent van de contacten met huisartsen in België in 2009 was een huisbezoek. In 2006 was dat nog 29 procent. Daarbij is er een grote variatie tussen de huisartsen. Oudere huisartsen en mannelijke huisartsen leggen meer huisbezoeken af. Dat blijkt uit een analyse van de huisartsencontacten van 2009, uitgevoerd door CM. CM verwacht dat het aandeel huisbezoeken verder zal dalen, en vindt dat een positieve trend. “Toch mag dit geen doel op zich zijn”, zegt CM-voorzitter Marc Justaert, “want voor een bepaalde groep patiënten blijft het bezoek aan huis een belangrijke garantie voor de toegankelijkheid en de kwaliteit van onze gezondheidszorg.” Het aandeel huisbezoeken (*) varieert sterk tussen de dokters: een tiende van de huisartsen legt niet meer dan 7 procent huisbezoeken af, terwijl één op de vier huisartsen meer dan 36 procent huisbezoeken aflegde (zie tabel in bijlage). Jongere artsen leggen verhoudingsgewijs minder huisbezoeken af dan hun oudere collega’s (zie figuur in bijlage). En vrouwelijke huisartsen leggen verhoudingsgewijs minder huisbezoeken af dan hun mannelijke collega’s. Daarom verwacht CM dat het aantal huisbezoeken in de toekomst nog verder zal afnemen. De keuze huisbezoek versus raadpleging van een huisarts is ook bepaald door het type patiënt en het ziektebeeld. Bij patiënten van 80 jaar of ouder legt een Belgische huisarts bijna drie keer meer huisbezoeken af dan dat hij raadplegingen heeft. Huisartsen met relatief veel hoogbejaarde of erg zorgafhankelijke patiënten leggen dus meer huisbezoeken af. We stellen vast dat oudere huisartsen gemiddeld ook oudere patiënten hebben dan jongere huisartsen. Ook vrouwelijke huisartsen hebben gemiddeld jongere patiënten dan hun mannelijke collega’s. CM vindt de daling van het aantal huisbezoeken een positieve trend. Het comfort van het dokterskabinet komt de kwaliteit van het werk van de huisarts ten goede. Anderzijds kan een huisbezoek zeer nuttig zijn, omdat het de huisarts in contact brengt met de leefomstandigheden van de patiënt. Deze daling mag echter geen doel op zich zijn. Door de vergrijzing van de bevolking zal het aantal patiënten waarbij een huisbezoek aangewezen of noodzakelijk is, toenemen. Marc Justaert: “We zullen dus een evenwicht moeten vinden tussen het comfort van raadplegingen in het kabinet en de noden van specifieke patiënten anderzijds. Wij moeten dus oog blijven hebben voor de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg.” (*) Methodologie: deze cijfers zijn gebaseerd op CM-leden die minstens één contact hadden met een erkende huisarts (riziv-erkenningscode 003-004) met minstens 1250 raadplegingen en bezoeken. Andere contacten tussen huisartsen en patiënten, bijvoorbeeld wanneer hij een bezoek brengt aan de patiënt in een instelling, zijn niet meegerekend. De cijfers zijn gebaseerd op prestaties in 2009 en vergelijkbaar met patronen voor 2008, 2007 en 2006. Bijlage: tabellen (PDF)
Meer info: Bram Swaerts, persverantwoordelijke CM, 0486 91 12 59, bram.swaerts[at]cm.be.

