Ziekenhuisfacturen nog te vaak problematisch
Persbericht 30 juli 2010
Hoewel de grote meerderheid van de ziekenhuisfacturen correct is, stelt de Christelijke Mutualiteit (CM) vast dat ze niet altijd duidelijk zijn en soms zelfs onwettige aanrekeningen bevatten. Dat blijkt uit het bilan dat CM opmaakt van het voorbije jaar ledenverdediging. “In het belang van onze leden verdedigen wij hun rechten. En in het belang van iedere patiënt pleiten wij voor duidelijkere en meer coherente regels”, zegt Marc Justaert, voorzitter van CM. Ereloonsupplementen in universitaire ziekenhuizen
Opnamedocumenten
Toetreding tot het akkoord artsen-ziekenfondsen
Facturatie van medische materialen Geforfaitariseerde geneesmiddelen Het gebruik van een toestemmingsformulier en voorschotten op honoraria
CM-leden die vragen hebben over hun factuur of niet akkoord zijn met de rekening van een zorgverlener kunnen bij hun CM-consulent terecht. Deze kan contact opnemen met het ziekenhuis of de zorgverstrekker om de situatie te bespreken. Indien nodig verleent de dienst ledenverdediging van CM rechtsbijstand. “Als ziekenfonds is het onze eerste bekommernis om de problemen met ziekenhuisfacturen te voorkomen. Daarom ijveren we voor het wegwerken van de onduidelijkheden in de wetgeving. Iedereen zou gebaat zijn met duidelijkere en meer coherente regels. We rekenen op de ziekenhuizen, zorgverleners en de volgende regering om hier samen werk van te maken”, besluit Marc Justaert. Meer informatie: Bram Swaerts, persverantwoordelijke CM, 0486 91 12 59,
Sommige professoren in universitaire ziekenhuizen vragen systematisch ereloonsupplementen, ook al is dit niet toegelaten ingevolge het akkoord artsen-ziekenfondsen. De artsen menen deze extra vergoeding te kunnen vragen omdat de vraag van de patiënt om de professor te zien een ‘bijzondere eis’ zou inhouden.
Voor CM is het probleem niet dat de patiënten af en toe die vraag stellen, maar wel dat sommige proffen in bepaalde ziekenhuizen steeds ereloonsupplementen aanrekenen voor elke prestatie die ze uitvoeren. Het gaat niet op dat een prof zegt geen tijd te hebben, behalve voor de mensen die bereid zijn hem bijkomend te honoreren. Het spreekt voor zich dat professoren zich niet op elk moment van de dag kunnen vrijmaken. De patiënt zou dan wel de mogelijkheid moeten hebben een staflid van de betrokken medische discipline te zien, die dan kan beslissen om de professor in te schakelen. Voor CM moet dit schaarsteprobleem dus eerder via een verwijsmechanisme dan via het prijsmechanisme (supplementen) worden opgelost.
Sinds 1 mei 2009 dient het ziekenhuis bij elke ziekenhuisopname aan de patiënt een bundel voor te leggen met een aantal documenten die de patiënt informeert over de kost van de opname. De patiënt ondertekent dan de zogenaamde ‘opnameverklaring’, waarin hij het kamertype kiest en aanduidt of hij verzorgd wil worden door een arts die geen ereloonsupplementen aanrekent. Terwijl dit formulier al behoorlijk ingewikkeld is, wordt de situatie nog complexer indien het de opname betreft van een kind van wie de ouder mee in het ziekenhuis blijft inslapen. In dat geval moet de patiënt immers nog een bijkomend document ondertekenen.
Uit de dossiers ledenverdediging van CM blijkt dat naast het laattijdig voorleggen van opnameverklaringen – soms pas bij ontslag uit het ziekenhuis - sommige ziekenhuizen een opnameverklaring voorleggen die ze zelf vooraf invulden. Niet zelden was de keuze voor het duurste kamertype al aangekruist. Deze problematiek is nog acuter wanneer het de opname van een kind betreft dat wordt begeleid door een ouder. Voor begeleide kinderen mogen artsen (de niet-geconventioneerde incluis) immers geen ereloonsupplementen vragen, tenzij ze hebben aangegeven in een eenpersoonskamer te willen verblijven.
Sommige ziekenhuizen gebruiken dan weer een opnameverklaring die niet al de nodige gegevens bevat. Niettemin bepaalt de wetgeving wel degelijk een model waarmee alle opnamedocumenten dienen overeen te stemmen.
Artsen hebben de keuze om zich aan te sluiten bij het akkoord tussen de artsen en de ziekenfondsen. Doen ze dit, dan zijn ze verplicht zich te houden aan de in het akkoord bepaalde tarieven en mogen ze in principe geen honorariumsupplementen aanrekenen.
CM betreurt dat in sommige regio’s voor bepaalde medische specialisaties (plastische chirurgie, radiologie,…) quasi geen artsen zijn toegetreden tot het akkoord. Dit betekent in de praktijk dat de patiënt die zich ambulant moet laten behandelen niet kan opteren voor een geconventioneerde arts. Hij heeft geen andere keuze dan naar een arts te gaan die ereloonsupplementen kan aanrekenen.
Ook de facturatie van implantaten, endoscopisch en viscerosynthesemateriaal zorgt voor problemen. Sommige ziekenhuizen factureren materialen aan de patiënt die al gefinancierd zijn door de overheid.
Op 1 mei 2010 had in principe een nieuw financieringsmechanisme in werking moeten treden, waardoor bepaalde medische hulpmiddelen alleen nog mogen worden ten laste gelegd van de patiënt wanneer ze op een lijst van het RIZIV staan. De inwerkingtreding van de nieuwe regels werd echter uitgesteld. Ziekenhuizen mogen de kosten van deze materialen vandaag dus nog steeds niet aanrekenen aan de patiënt. Toch doen sommige ziekenhuizen dat wel, terwijl zij voor een deel van die materialen al door de overheid gefinancierd zijn. Op die manier passeren zij tweemaal langs de kassa voor hetzelfde materiaal.
Sinds 1 juli 2006 werd de financiering van geneesmiddelen in ziekenhuizen grondig hervormd. Vanaf die datum kan het merendeel van de gebruikte geneesmiddelen niet meer afzonderlijk worden gefactureerd aan patiënten die in een ziekenhuis zijn opgenomen. De ziekenhuizen mogen aan elke patiënt wel een forfaitair bedrag aanrekenen per dag.
Samen met de andere verzekeringsinstellingen stelt CM vast dat een groot aantal ziekenhuizen aan de patiënten geneesmiddelen bleef factureren die zij al betaalden via het dagforfait. Daarom maakte CM een lijst op van de producten die ten onrechte waren aangerekend en vroeg het een aantal ziekenhuizen de CM-leden te vergoeden die in het verleden te veel hadden betaald. De meeste ziekenhuizen beloofden meteen de ten onrechte ontvangen bedragen terug te betalen.
In een poging om betwistingen over de factuur te vermijden legt een toenemend aantal ziekenhuizen voor de medische ingreep aan de patiënt een formulier voor. Door de ondertekening van dat formulier stemt de patiënt in met de aanrekening van het daarin bepaalde bedrag.
CM stelt echter vast dat er hier soms sprake is van desinformatie. Ingeval een operatie plaatsvindt met gebruik van een nieuwe operatietechniek, vermelden deze formulieren steevast dat de patiënt ‘kiest’ voor deze innovatieve techniek. De meerwaarde van de techniek staat echter vaak nog niet vast en de patiënt heeft in de praktijk vaak geen enkele keuze. De Christelijke Mutualiteit
verzet zich tegen het misbruik van dergelijke ‘toestemmingsformulieren’, zeker wanneer samen met de ondertekening van het formulier een voorschot wordt gevraagd.
bram.swaerts[at]cm.be.

