Heupprotheses: grote verschillen tussen ziekenhuizen
Persbericht 29 juni 2011
Wie een heupprothese krijgt ingeplant, verblijft minder lang in het ziekenhuis dan tien jaar geleden en die prothese gaat ook langer mee. Toch blijven er grote verschillen bestaan tussen de ziekenhuizen, zo blijkt uit een studie van CM. Om die verschillen aan te pakken hebben CM en de wetenschappelijke verenigingen van orthopedie BVOT en SORBCOT dertig orthopedische teams bezocht. Dit heeft geleid tot aanbevelingen om de kwaliteit van de zorg te verhogen. Die samenwerking is een primeur in ons land. CM-leden kunnen bovendien gepersonaliseerd advies krijgen als ze zelf een kunstheup nodig hebben. Het belangrijkste risico bij plaatsing van een heupprothese is dat ze vervangen moet worden. Dit risico is de voorbije tien jaar met bijna een derde gedaald. Aan dat goede nieuws moeten we echter toevoegen dat sommige andere landen, zoals Zweden, op dat vlak nog altijd betere resultaten boeken dan ons land. De daling van de kans op vervanging is al opmerkelijk op zich. Bovendien ligt de patiënt nu gemiddeld negen dagen in het ziekenhuis (de helft minder dan tien jaar geleden) en krijgt hij veel minder bloed toegediend. Tegelijkertijd wordt er nu gekozen voor prothesen die moeilijker te plaatsen zijn. Verschillen tussen ziekenhuizen Maar de resultaten van de ziekenhuizen verschillen sterk. Zo varieert de verblijfsduur op de dienst orthopedie van gemiddeld zes tot zeventien dagen. De gemiddelde kosten voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering kunnen tweemaal zo hoog oplopen van het ene ziekenhuis tot het andere, en voor de patiënt zelfs driemaal. Ook het risico op een heringreep schommelt nogal sterk, tot tien keer meer. De verschillen zijn te verklaren door factoren die te maken hebben met de specifieke situatie van de patiënt of met bepaalde types implantaten. Volgens de chirurgen zelf leidt meer ervaring met een bepaald type kunstheup tot betere resultaten. In het algemeen geldt ook dat het aantal protheses dat een ziekenhuis plaatst per jaar een gunstige invloed heeft op de resultaten. En de organisatie van de zorg in het ziekenhuis speelt een grote rol. Verrassend genoeg blijkt de kost geen invloed te hebben op de kwaliteit. Aanbevelingen Om de kwaliteit van de zorg te verhogen, hebben CM en de Belgische Verenigingen voor Orthopedie en Traumatologie (BVOT en SORBCOT) samen aanbevelingen uitgewerkt voor orthopedische teams en ziekenhuizen. Zo pleiten ze voor een testperiode voor nieuwe protheses in een beperkt aantal ziekenhuizen, voordat ze op de markt mogen gebracht worden. De organisaties willen tevens de complexe heringrepen groeperen en uitbesteden aan een klein aantal gespecialiseerde chirurgen. Ook zouden alle ingrepen moeten worden opgenomen in het nationaal heupregister (voor alle aanbevelingen, zie bijlage). Tenslotte kunnen CM-leden aan de adviserend geneesheer van CM advies vragen over de keuzes die ze moeten maken wanneer ze in aanmerking komen voor een kunstheup. Ook huisartsen kunnen hierop beroep doen. De samenwerking tussen een ziekenfonds en wetenschappelijke verenigingen van specialisten voor de verhoging van de kwaliteit van zorg is een primeur voor België. Deze samenwerking werd twee jaar geleden opgezet naar aanleiding van de studie van CM. CM en de wetenschappelijke verenigingen bezochten samen dertig ziekenhuizen om de resultaten te bespreken. Verbeteringen werden voorgesteld op basis van o. a. de ervaringen van de best presterende instellingen. 80 procent van de ziekenhuizen met problematische resultaten heeft daarna een actieplan opgesteld waarvan de opvolging verder zal verzorgd worden door CM en de wetenschappelijke verenigingen. Bijlage: presentatie van de resultaten van de studie. Meer info: Bram Swaerts, persverantwoordelijke CM, 0486 911 259.

