Genezen zonder geldzorgen
juli 2010 Volgens een recent gepubliceerde enquête van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid betaalde een gemiddeld Belgisch huishouden in 2008 125 euro per maand voor gezondheidszorg. Het gaat onder meer om doktersbezoeken, geneesmiddelen en ziekenhuisverblijf. Dit bedrag is de voorbije tien jaar nauwelijks gestegen. Daarvan moet de terugbetaling van het ziekenfonds nog worden afgetrokken. Die 125 euro per maand is een gemiddelde over alle huishoudens en verbergt zonder twijfel grote afwijkingen, gaande van huishoudens die bijna geen uitgaven voor gezondheidszorg hebben tot huishoudens met grote zorguitgaven. Ook het bedrag dat overblijft na terugbetaling door het ziekenfonds (remgelden en supplementen) kan aanzienlijk zijn. Voor gezinnen met grote gezondheidsproblemen kunnen de kosten hoog oplopen. Om die ongemakken zoveel mogelijk weg te nemen, bestaan er in de ziekteverzekering een aantal systemen. Wie de verhoogde tegemoetkoming of het Omnio-statuut krijgt, betaalt minder remgeld. De maximumfactuur plafonneert het remgeld. 125 euro per maand betekent gemiddeld 7 procent van het beschikbaar inkomen van een huishouden. Ook dat cijfer is vrij constant de laatste tien jaar, waardoor we zouden kunnen stellen dat de groei van de uitgaven voor gezondheidszorg nog meevalt. Maar de onderzoekers stellen vast dat steeds meer huishoudens aangeven medische consumptie te moeten uitstellen omwille van financiële problemen. Vooral in Wallonië en Brussel liggen die cijfers hoog: respectievelijk 14 en 26 procent. Ook in Vlaanderen is dit cijfer sterk gestegen, van 5 procent in 2004 naar 11 procent in 2008. Voor alle Belgische gezinnen samen is dat 14 procent. Ook al gaat het hier om antwoorden van gezinnen die vrij subjectief kunnen zijn, dergelijke cijfers zetten aan tot nadenken en vormen een reële uitdaging. Het gemiddelde bedrag besteed aan gezondheidszorg bleef vrij constant, evenals het gewicht van die uitgaven in het gemiddelde inkomen van de huishoudens. En toch antwoordt een steeds groter percentage van de huishoudens dat ze gezondheidszorg uitstellen omwille van financiële problemen. Bleven de gemiddelde inkomens van de huishoudens constant, terwijl het aanbod en de mogelijkheden van de gezondheidszorg wel zijn gestegen? Of zijn de behoeften aan gezondheidszorg sterk gestegen door de veroudering van de bevolking en door de groei van het aantal invaliden en werklozen? Deze vragen suggereren dat er nog veel materie is voor verdere studie. En alleszins is er de uitdaging om de patiënten te ontzien bij de komende besparingen in de ziekteverzekering. Marc Justaert
Voorzitter CM

