Als een oudere het zelf niet meer kan
oktober 2011 Goed nieuws: als we naar het ziekenhuis moeten, verblijven we daar steeds minder lang. Patiënten blijven nu gemiddeld één dag minder in het ziekenhuis dan vijf jaar geleden. Deze tendens hebben we te danken aan de betere technologie in de zorg, die operaties minder ingrijpend maakt. Denken we maar aan het elektronisch mes dat veel minder omliggend weefsel schaadt. En aan de zogenaamde kijkoperaties waarbij er dankzij kleine camera’s minder grote insneden nodig zijn. De kortere verblijfsduur heeft ook te maken met de vlottere doorstroming van patiënten in het ziekenhuis. Daarnaast gebeuren diagnoses veel meer dan vroeger buiten het ziekenhuis. Tot slot speelt ook de financiering een rol: voor een langer dan gemiddeld verblijf van een patiënt worden ziekenhuizen niet betaald door de overheid. Maar naast dit goede nieuws, zit er in die cijfers ook een waarschuwing vervat. In andere diensten, zoals de geriatrie, noteren we een soms heel lange verblijfsduur. Vaak gaat het hier om mensen die ‘te goed’ zijn om in het ziekenhuis te blijven, maar ‘niet goed genoeg’ om het alleen thuis te beredderen. Niet iedereen heeft mensen in de buurt om op te rekenen. De langere verblijfsduur in de geriatrie wijst erop dat er voor sommige mensen geen alternatief is. Niet in de eigen omgeving, niet in het woonzorgcentrum, niet in andere zorgvormen. We hebben dus absoluut nood aan meer investeringen in de zorg. In de eerste plaats in de thuisverpleging en thuisverzorging. Maar ook in de residentiële zorg. In die zin is het positief dat minister van Welzijn Jo Vandeurzen zijn budget van dit jaar voor rusthuizenbouw verdubbelde. Bovenop de voorziene groei komen er 1 164 plaatsen bij in woonzorgcentra, kortverblijf en dagverzorging. Minister Vandeurzen onderzoekt ook de situatie van de ‘slapende’ rusthuisbedden. Dat zijn plaatsen waarvoor de vergunningen zijn uitgereikt, maar die niet werkelijk beschikbaar zijn. Bepaalde organisaties zouden de bedden uit commerciële overwegingen bijhouden of zelfs verhandelen. Onaanvaardbaar, vinden wij: een rusthuisbed is geen koopwaar. De Vlaamse overheid staat dus voor de opdracht om onze ouderenzorg voor iedereen toegankelijk te houden. Om mensen te ondersteunen wanneer ze hulp nodig hebben. Op de manier die hen de grootste levenskwaliteit geeft. Die uitdaging wordt nog groter na de uitvoering van het Vlinderakkoord, wanneer de Vlaamse overheid de volledige bevoegdheid over de ouderenzorg in handen krijgt. De bevoegdheid die ze vroeg en kreeg, houdt een enorme verantwoordelijkheid in. Marc Justaert
Voorzitter CM

