De juiste prijs
februari 2011
Midden december bereikten wij, ziekenfondsen, een ‘medico-mutualistisch’ akkoord met de vertegenwoordigers van de artsensyndicaten. Dat akkoord moet echter nog worden goedgekeurd door de artsen op het terrein. En daar is heel wat rond te doen. Sommige artsen twijfelen of ze het akkoord wel zouden goedkeuren.
De artsen die het akkoord niet goedkeuren, behouden zich het recht voor om zelf hun ereloon te bepalen. Als dat dan hoger is dan wat het akkoord voorziet, dan is de patiënt daarvan het slachtoffer: hij zal meer betalen!
Nochtans bevat het akkoord heel wat positieve punten, ondanks het feit dat er ook 30 miljoen euro moet worden bespaard.
De erelonen van de huisartsen en de erelonen voor de intellectuele verstrekkingen van de specialisten worden geïndexeerd. En de terugbetaling door het ziekenfonds volgt dezelfde stijgingen.
Vanaf 1 januari betaal ik zo 22,98 euro voor een raadpleging bij mijn huisarts die mijn globaal medisch dossier (GMD) beheert. CM betaalt het grootste deel daarvan terug. Het remgeld dat ik nog betaal bedraagt 4,12 euro voor een gewone patiënt en 1,05 euro voor een patiënt met voorkeurregeling.
De praktijktoelage voor de huisartsen verhoogt van 1 050 naar 1 500 euro en het honorarium voor een avondconsultatie wordt met 1 euro verhoogd. Er worden bovendien middelen voorzien voor de uitbreiding van de huisartsenwachtposten en voor secretariaatsondersteuning van de individuele huisarts.
Ten slotte wordt het verlengen van het GMD vereenvoudigd, en is een snelle betaling aan de huisartsen voor het beheer van de GMD’s gegarandeerd.
Globaal genomen kan je moeilijk spreken van een slecht akkoord. Integendeel. Zowel voor de artsen als voor de verzekerden zitten er veel positieve punten in. Het zou dan ook ten zeerste te betreuren zijn indien meerdere artsen het akkoord weigeren.
De patiënt zou daar de dupe van zijn. De kostprijs van goede gezondheidszorg bepaalt immers hoeveel mensen er gebruik van kunnen maken. En CM blijft ijveren dat iedereen, rijk of arm, een beroep kan doen op dezelfde kwaliteit van zorg, aan een duidelijke, vooraf afgesproken prijs.
Daarom roepen wij alle artsen op om het akkoord goed te keuren. Het vorige akkoord (2009-2010) kon rekenen op de instemming van 87 procent van de huisartsen en 80 procent van de specialisten. Hopelijk mogen we ook deze keer vergelijkbare resultaten optekenen.
Marc Justaert
Voorzitter

