Allergie
Wat?
Allergie betekent letterlijk ‘anders reageren’. Allergische mensen doen dit met een overtollige aanmaak van afweerlichaampjes tegen stoffen die door de meeste mensen wel worden verdragen. De stof waarop iemand overdreven reageert, noemt men ‘allergeen’.
Soorten
Er bestaan heel wat verschillende typen allergieën en allergische reacties. Zo kunnen zeer veel stoffen allergische verschijnselen veroorzaken. Het tijdstip van de allergische reactie kan eveneens verschillen. Een kind dat allergisch is voor bepaalde voeding kan bijvoorbeeld acuut reageren met jeuk of zwelling in de mond, braken of in shock raken. Het kan ook pas uren of dagen na het contact met het allergeen eczeem, een irriterende huiduitslag of diarree krijgen.
Symptomen
Meestal zijn de eerste klachten van een allergisch kind tijdens de eerste levensjaren maag-darmklachten (buikpijn, diarree of verstopping, slechte eetlust, veel speeksel) en eczeem (huiduitslag en jeuk). Langdurige borstvoeding zorgt er evenwel voor dat de allergie minder tot uiting komt. Bij de meesten verdwijnen die problemen met het ouder worden. Daarna treden luchtwegenklachten zoals astma, prikkelhoest en oorpijn op de voorgrond. Nog wat later in de adolescentie en op volwassen leeftijd komen er neus- en oogklachten bij. Ook algemenere klachten zoals lusteloosheid, hoofdpijn, slecht groeien, prikkelbaarheid en hyperreactiviteit kunnen met allergie te maken hebben.
Oorzaken
Een allergische aanleg is voor een groot deel erfelijk. Zijn beide ouders allergisch, dan hebben hun kinderen vijftig procent kans om die aanleg te erven. Is een van de ouders allergisch, zakt die kans tot dertig procent. Of die allergische aanleg ook tot uiting komt, hangt in belangrijke mate af van de omgeving waarin iemand opgroeit of werkt. En die omgeving is de laatste jaren wel veranderd. Het aantal astmalijders is overigens enorm toegenomen. De redenen daarvan zijn nog niet volledig duidelijk maar wellicht zijn er meerdere factoren tegelijkertijd verantwoordelijk:
Behandeling
Het is belangrijk om tijdig een goede diagnose te laten stellen, zodat passende, preventieve maatregelen getroffen kunnen worden. Bij late allergische reacties is het moeilijker om het verband te leggen tussen oorzaak en gevolg. Soms is zelfs met een grondige ondervraging nog niet te achterhalen wat het allergeen is geweest. Huidtests of provocatietests, waarbij de betrokkene in aanraking wordt gebracht met een aantal allergenen, kunnen dan nodig zijn om de diagnose te stellen. Ook bloedonderzoeken kunnen nuttige gegevens opleveren. Uw arts zal de meest passende behandeling kiezen. Ze zal er allereerst op gericht zijn het contact met het allergeen te vermijden of te verminderen. Voor sommige allergenen (zoals insectengif, huisdieren, pollen of huisstofmijt) kan het lichaam minder gevoelig worden gemaakt door het inspuiten van sterk verdunde hoeveelheden van het allergeen. Deze desensibilisatie is echter meestal een onzekere en belastende methode. De afgelopen jaren zijn er ook goede geneesmiddelen om allergie te onderdrukken.
Bron
‘Zal ik de dokter bellen? Medisch ABC voor het hele gezin’, dokter Michiel Callens, uitgeverij Lannoo, 2009, 319 pagina’s.
Meer informatie

