Astma
Wat?
Aan de basis van astma ligt een chronische ontsteking van de luchtwegen. Als de ontstoken luchtwegen extra worden geprikkeld, vernauwen ze en wordt er een astma-aanval uitgelokt. Patiënten krijgen een benauwd gevoel, kunnen moeilijker ademhalen, hoesten of ademen piepend. Voor astma, longemfyseem en chronische bronchitis werd vroeger vaak dezelfde term gebruikt: cara (chronisch aspecifieke respiratoire aandoening). Maar omdat de verschillen tussen astma en de twee andere ziektes groot zijn, kregen chronische bronchitis en longemfyseem een nieuwe naam. Voortaan spreekt men van astma en COPD.
Symptomen
Astma kan op elke leeftijd optreden. De meest kenmerkende symptomen zijn moeilijk of piepend ademhalen, kortademigheid en hoesten. Patiënten hebben ook een benauwd gevoel omdat de lucht in de longen onvoldoende wordt ververst. De vernauwing van de luchtwegen is evenwel niet definitief maar trekt slechts langzaam weg. Soms gebeurt dat spontaan maar meestal moeten geneesmiddelen soelaas bieden. Hoewel de klachten sporadisch optreden en er ook periodes zijn zonder ongemakken, blijft de ziekte latent aanwezig. De ernst van de opstoten kan erg verschillen van persoon tot persoon. Sommige patiënten hebben er amper last van maar in uitzonderlijke gevallen is de ziekte dodelijk. Bij kinderen jonger dan vijf is de diagnose moeilijk te stellen. Vele zuigelingen hebben last van een piepende ademhaling zonder dat dit op astma hoeft te duiden. Kleuters die aan de ziekte lijden, hebben regelmatig last van kortademigheid en een piepende ademhaling. Omdat ze het ’s nachts vaak benauwd hebben en moeilijk kunnen ademhalen, zijn de kinderen vaak moe. Tijdens de puberteit kunnen de klachten verminderen of verergeren. Dat heeft te maken met hormonale veranderingen en het gewijzigde levenspatroon. Pubers beginnen te roken, gaan uit of nemen hun geneesmiddelen minder regelmatig. Als iemand tijdens de puberteit minder last heeft van astma, betekent dat niet dat de ziekte helemaal is verdwenen. Omdat de aanleg voor de ziekte blijft, kunnen later opnieuw klachten opduiken. Meisjes en vrouwen hebben vaker een astma-aanval net voor ze ongesteld worden. Ook pilgebruik en zwangerschap kunnen een invloed hebben op het verloop van de klachten.
Oorzaken
De echte oorzaak van astma is nog niet bekend. Men weet wel dat de aandoening verschillende oorzaken kan hebben en dat allergieën en erfelijkheid een rol spelen. Zo hebben meer dan vier op de vijf kinderen met astma ook een allergie. En enkel iemand die erfelijke aanleg heeft voor astma, kan de ziekte krijgen. Als een van de ouders astmatisch of allergisch is, heeft een kind vijftig procent kans ook aanleg te hebben voor de ziekte. Maar of de longaandoening zich ook daadwerkelijk zal ontwikkelen, hangt af van de leefomgeving. Dat er steeds meer astmapatiënten zijn, heeft allicht te maken met veranderingen in het leefmilieu en in de levensstijl.
Soorten prikkels
De prikkels die een astma-aanval kunnen uitlokken, verschillen van persoon tot persoon en van moment tot moment. Er zijn twee soorten prikkels. Een infectie van de luchtwegen kan astma tijdelijk verergeren.
Iedereen kan er last van hebben, maar mensen met astma reageren er zo sterk op dat ze er een benauwd gevoel van krijgen:
Behandeling
Astma is niet te genezen, maar kan wel worden behandeld. Aan de basis van een goede verzorging ligt een goede diagnose. De arts zal vragen stellen over de klachten, de familiale aanleg, de uitlokkende prikkels en de weerslag op het dagelijks leven. De dokter zal ook de longen grondig beluisteren en hun werking meten. Daartoe moet de patiënt in een spirometer blazen. Allergietests, bloedonderzoeken, longfoto’s en andere onderzoeken kunnen deze metingen aanvullen. Om astma te behandelen moet de chronische ontsteking van de luchtwegen worden aangepakt. Daartoe schrijft de arts meestal een onderhoudsbehandeling voor. De medicijnen moeten ervoor zorgen dat de patiënt zo min mogelijk last heeft van symptomen of aanvallen en alle dagelijkse activiteiten kan uitvoeren. Met zo weinig mogelijk geneesmiddelen probeert de dokter de klachten onder controle te houden. De arts zal de behandeling samen met de patiënt bijsturen waar nodig. Daartoe kan het nuttig zijn om geregeld de longfunctie na te gaan. Bij een astma-aanval kan de patiënt een beroep doen op een snelwerkende luchtwegverwijder. De inhalatie van geneesmiddelen maakt een snelle en lokale behandeling mogelijk. Astmapatiënten moeten zich laten inententegen griep en pneumokokken. Patiënten onderschatten nog vaak de gevaren van astma, waardoor een goede behandeling uitblijft. Zo blijken velen hun geneesmiddelen niet goed te gebruiken. Zichzelf wijsmaken dat het wel weer zal overgaan, is bij astma evenwel zinloos.
Zelfzorg
Astmapatiënten vermijden het best de prikkelende stoffen die een aanval veroorzaken. Rokers en kinderen van rokers hebben veel meer astmaklachten dan andere mensen. Sigarettenlucht is duidelijk schadelijk voor astmapatiënten. Astmalijders komen dan ook beter niet te vaak in rokerige ruimtes. Zelf roken is helemaal taboe. Mensen met astma die geregeld een sigaret opsteken, lopen meer kans later chronische bronchitis of longemfyseem te krijgen. Wanneer astmapatiënten sporten in een koude en droge omgeving of zich niet goed opwarmen, kunnen ze een astma-aanval krijgen. Maar dat hoeft geen reden te zijn om niet te bewegen. Met een goede begeleiding en behandeling is zelfs topsport niet uitgesloten. Wie minstens dertig minuten per dag beweegt, wordt fitter en leniger en krijgt meer uithoudingsvermogen en spierkracht. Bovendien leidt dit tot een betere controle van de ademhaling, een grotere longinhoud en sterkere ademhalingsspieren. Daarvoor hoeft men niet intensief te sporten, wandelen of fietsen volstaan.
Bron
‘Zal ik de dokter bellen? Medisch ABC voor het hele gezin’, dokter Michiel Callens, uitgeverij Lannoo, 2009, 319 pagina’s.

