Wanneer is een preventief onderzoek aangewezen en hoe verloopt dit?
Omdat een vaacinatie niet alle gevallen van baarmoederhalskanker kan voorkomen, is het nodig om regelmatig een uitstrijkje te laten nemen. Momenteel is dit de enige manier waarop de arts afwijkingen kan opsporen die tot baarmoederhalskanker kunnen leiden.
Eenvoudig en pijnloos
Een uitstrijkje is in principe een vrij eenvoudig en pijnloos onderzoek maar kan soms kleine ongemakken, zoals licht bloedverlies, met zich meebrengen. Voor het nemen van een uitstrijkje lig je met opgetrokken benen op de onderzoekstafel. Je voeten steunen op de tafel of op speciale beensteunen. De arts gebruikt een speculum of metalen instrumentje om de binnenkant van je vagina en je baarmoederhals te bekijken. Daarna haalt de arts wat celmateriaal van de binnenzijde van je baarmoederhals weg om te onderzoeken. Meestal krijg je de uitslag binnen de twee weken.
Hoe vaak?
Vrouwen vanaf 25 jaar die seksueel actief (geweest) zijn, laten het best om de drie jaar een uitstrijkje nemen door hun huisarts of eventueel door de gynaecoloog. Van 50 tot 65 jaar kan het onderzoek om de vijf jaar gebeuren op voorwaarde dat je regelmatig uitstrijkjes hebt laten nemen en dat de laatste drie uitstrijkjes geen afwijkingen vertoonden en van goede kwaliteit waren. Hlaten tot hun 65ste het best regelmatig een uitstrijkje nemen Een jaarlijks onderzoek is evenwel aanbevolen:
Wanneer geen uitstrijkje laten nemen
De resultaten
De uitslag van een uitstrijkje wijst veel vroeger op afwijkingen dan de eerste symptomen van baarmoederhalskanker maar biedt nooit 100 % zekerheid. Het onderzoek kan in sommige gevallen onbetrouwbaar blijken, bv. als er onvoldoende cellen weggenomen zijn, er te veel witte of rode bloedlichaampjes aanwezig zijn, bij een infectie of als de cellen niet op de juiste manier zijn weggenomen. In dat geval wordt na drie tot zes maanden een nieuw uitstrijkje genomen.
Veelgestelde vragen

