Bof
Wat?
Bof is een zeer besmettelijke virusziekte, waarbij vaak de oorspeekselklier ontstoken raakt. Deze zit onderhuids in de wang, voor en onder het oor. In Vlaanderen worden bijna alle kinderen tegen bof ingeënt met de zogenaamde BMR-prik tegen bof, mazelen en rode hond. Daardoor is bof een eerder zeldzame ziekte geworden. Ze komt evenwel sporadisch nog voor in regio's waar kinderen niet worden ingeënt. Ook ingeënte kinderen kunnen er soms toch wat ziek worden. Momenteel is er echter een uitbraak van bof bij studenten. Zo werd er sinds eind maart al bij meer dan tweehonderd personen – vooral studenten, maar ook kinderen en volwassenen - bof vastgesteld. Opvallend is dat ook gevaccineerde jongeren ziek worden. De reden hiervoor is nog niet helemaal duidelijk: ofwel werd het vaccin te lang geleden toegediend, ofwel is de bofvariant niet opgenomen in het vaccin. De gevaccineerde jongeren zijn wel minder ernstig ziek zijn dan de niet-gevaccineerde.
Symptomen
Bof begint vaak met koorts. Omdat de speekselklier ontstoken raakt, zwelt één wang - en soms beide wangen - voor en onder het oor, dat pijnlijk kan aanvoelen. Vaak treedt ook oorpijn op. Na een week vermindert de zwelling en nog een week later is men helemaal beter. Ook de speekselklieren onder de tong en in de keel kunnen ontsteken. Eten, kauwen, slikken en de mond wijd openen doen dan pijn. Jonge kinderen hebben ook dikwijls een infectie van de bovenste luchtwegen. Als mannen de bof krijgen kan een teelbal ontsteken. Dit geeft pijn in de teelbal die kan uitstralen naar de onderbuik. Bij vrouwen kan de eierstok ontsteken, wat pijn veroorzaakt links of rechts in de onderbuik. Bij kinderen die ingeënt zijn, is de kans klein dat ze erg ziek worden na contact met een kind dat bof heeft. Een op de drie besmette kinderen, krijgt helemaal geen ziekteverschijnselen. Bof gaat dan ongemerkt voorbij. Bij jonge kinderen is er een kleine kans op hersenvliesontsteking. Een hersenvliesontsteking met het bofvirus geneest meestal goed. Heel zelden ontstaat doofheid aan een oor.
Veelgestelde vragen
Bron: Nederlands Huisartsgenootschap, oktober 2008, bewerkt door Elise Rummens, preventiearts LCM (2012).

