Braken - Overgeven
Wat?
Alles wat u eet of drinkt, wordt door de spieren van de slokdarm en de maag naar de darmen gebracht. Als u moet braken of overgeven - behalve de benaming is er geen verschil tussen beide termen - werken deze spieren in tegengestelde richting en komt de maaginhoud in golven naar buiten. Overgeven wordt dus hoofdzakelijk opgewekt door de buikspieren die over de maag lopen en heeft niets te maken met het samentrekken van de maag. Behalve bij bepaalde eetstoornissen (bv. anorexia nervosa) kan braken doorgaans geen kwaad. Vaak geeft het zelfs een opgelucht gevoel omdat de maag en darmen weer tot rust komen en u zich ervoor misselijk en beroerd voelde.
Oorzaken
Braken is vaak het gevolg van een maag- of darminfectie. Hoewel deze meestal wordt veroorzaakt door een virus, kan ook een bacterie, besmet water of bedorven voedsel aan de basis liggen. Daarnaast zijn er nog tal van andere oorzaken zoals:
Naar de arts?
Indien het braken bijvoorbeeld te wijten is aan gulzigheid, alcohol of een beginnende zwangerschap hoeft u niet naar uw huisarts te gaan. Een doktersbezoek is evenwel aangewezen als: In enkele uitzonderlijke situaties raadpleegt u zelfs het best onmiddellijk uw huisarts. Dat is het geval als: Voor kinderen gelden dezelfde richtlijnen. Zijn ze jonger dan twee jaar moet u bovendien meteen contact opnemen met de huis- of kinderarts als ze:
Zelfzorg
Braken stopt meestal vanzelf binnen de 24 uur. Als u slechts een of twee keer hebt overgegeven, wacht u dus het best gewoon af. Als u vaker moet overgeven, kunt u veel vocht verliezen. Om uitdroging te voorkomen, drinkt u het best om de vijf à tien minuten een slokje water of ander vocht. Zelfs als u daarna opnieuw braakt, blijft er meer vocht binnen dan wat u overgeeft. Zodra het iets beter gaat, hoeft u minder vaak te drinken en mag u geleidelijk aan de hoeveelheden vergroten. Als u zin hebt, kunt u eten waar u trek in hebt. Doe dit langzaam, bij voorkeur met regelmatige tussenpozen en in kleine porties. In de apotheek kunt u zonder voorschrift geneesmiddelen kopen tegen braken en braakneigingen (op basis van domperidone en metoclopramide). Hou er evenwel rekening mee dat ze in zeldzame gevallen ongewenste effecten kunnen teweegbrengen (bv. buikkrampen, diarree) of een weerslag hebben op andere medicatie. Lees daarom steeds de bijsluiter. En neem deze geneesmiddelen nooit op eigen houtje indien u de oorzaak van het braken niet kent of als u zwanger bent.
Kinderen
Kinderen geven veel sneller over dan volwassenen. Sommigen braken zelfs vrij vlug. Zijn er geen andere ziekteverschijnselen en lijkt het kind gezond, is te veel snoep of ‘iets verkeerd gegeten’ vaak de oorzaak. Als het overgeven eenmalig is, hoeft u zich geen zorgen te maken en kunt u het kind laten eten en drinken wat het wil. Ook de meeste kinderziekten en infecties gaan gepaard met braken. Deze infecties zijn meestal onschuldig (bv. keel- of oorontsteking) maar kunnen ook ernstig zijn (bv. hersenvliesontsteking). Bij baby’s kan vrijwel elke ziekte, zelfs een verkoudheid, gepaard gaan met overgeven. Ook na hun voeding kan bij het opboeren een mondje melk meekomen. Dit is helemaal niet erg. Als baby’s daarentegen krachtig overgeven, kan dit wijzen op een probleem met de uitgang van de maag, waarvoor medisch advies nodig is. Naast lichamelijke oorzaken, kan braken ook bij kinderen een gevolg zijn van felle opwinding of spanningen. Voor een kind is braken vaak beangstigend. Blijf er daarom bij en probeer het gerust te stellen. Het eerste uur laat u de maag beter rusten maar als het kind dorst heeft mag het eerder drinken. Net als bij volwassenen, tracht u het kind nadien zoveel mogelijk kleine hoeveelheden te laten drinken zoals water, limonade zonder prik, soep of verdund fruitsap. Als dit lukt, kunt u het daarna laten eten waar het zin in heeft. Ook bij baby’s is het belangrijk dat ze voldoende drinken. Geef ze daarom - naast de borst- of flesvoeding - extra vocht, bijvoorbeeld door met een lepeltje water te geven.
Bron
‘Zal ik de dokter bellen? Medisch ABC voor het hele gezin’, dokter Michiel Callens, uitgeverij Lannoo, 2009, 319 pagina’s.

