Hoe wordt een depressie behandeld?
Een depressie gaat vaak vanzelf over, ook al kan het drie tot zes maanden duren.
De behandeling is afhankelijk van de graad van de depressie. Hoewel er geen strikte grenzen zijn, gebruiken artsen de indeling milde, matige en ernstige depressie. Om de ernst van de depressie vast te stellen houdt de arts rekening met de persoonlijkheid en de klachten. Ook de duur en de intensiteit van de symptomen en de gevolgen voor het dagelijkse leven en het sociaal functioneren spelen een rol. De arts zal ook nagaan of andere ziekten of bijkomende psychische aandoeningen invloed hebben.
Milde vorm
De arts zal een afwachtende houding aannemen. Hij zal helpen zoeken naar oplossingen voor problemen. In veel gevallen kunnen eenvoudige, ondersteunende gesprekken een gunstig effect hebben, zodat de patiënt uit het dal komt. De arts zal samen met de patiënt enkele doelstellingen voor de korte termijn opstellen en naderhand samen evalueren of deze werden gehaald. De arts zal ook vragen hoe de patiënt functioneert, thuis en op het werk. Geneesmiddelen hebben weinig zin. Thuisblijven van het werk hoeft niet per se. Een strakke dagindeling, voldoende lichaamsbeweging en voldoende sociale contacten kunnen het herstel ondersteunen.
Ernstige vorm
Gaat de depressie gepaard met angsten, spanning, onrust en slapeloosheid, kan de arts tijdelijk andere geneesmiddelen voorschrijven om die periode te overbruggen. Psychotherapie is een behandelvorm waarbij gesprekstechnieken worden gehanteerd. De huisarts, psycholoog of psychiater leert de patiënt hoe een andere kijk op het leven kan leiden tot vermindering van de klachten. Samen met de arts wordt gezocht naar manieren om met de klachten om te gaan. Bij psychotherapie probeert men de belangrijkste oorzaak van de depressie aan te pakken. Bij cognitieve gedragstherapie wordt geprobeerd bepaalde, automatisch optredende gedachtepatronen te veranderen. Niemand hoeft zich te schamen om een psychiater te raadplegen. De psychiater, specialist in de problematiek van depressie, kan zo nodig andere geneesmiddelen voorschrijven of andere behandelingen (lichttherapie, elektroshock, onthouden van slaap) voorstellen. Bij een verhoogd gevaar dat de patiënt zichzelf van het leven beneemt, zal de arts in overleg overwegen om sleutelfiguren in de omgeving in te lichten die extra steun kunnen bieden.
Veelgestelde vragen

