Slaapproblemen
Slecht slapen
Slecht slapen betekent nog niet dat er echt sprake is van een slaapstoornis. Verschillende factoren kunnen aan de basis liggen en de slaap negatief beïnvloeden.
Bv. drukke levenswijze, slechte voorbereiding van de slaap, niet respecteren van het eigen bioritme, te weinig lichaamsbeweging, stevige maaltijd, alcohol, koffie of thee na 17 uur.
Bv. lawaai, licht, temperatuur.
Bv. krampen, ziekte, bij kinderen het doorkomen van de tandjes, verkoudheid, luchtwegproblemen, astma, jeuk.
Bv. angst, spanning, depressie, scheidingsangst bij kinderen (vanaf acht maanden), gepest worden.
Sommige kinderen willen controle houden over hun omgeving. Zich overgeven aan de slaap boezemt hen angst in. Met vaste rituelen kan hun angst verminderd worden en kunnen ze gemakkelijker de overgang naar slapen maken.
Andere kinderen zijn bang alleen in hun kamer. Knuffels, een vast dekentje, aangename en veilige voorwerpen helpen hen die angst te overwinnen.
Bv. geboorte, huwelijk, overlijden, scheiding, ziekenhuisopname, verhuis.
Slaapstoornissen
In al deze gevallen is er meestal geen sprake van een echte slaapstoornis. Wie nachtenlang slecht slaapt zonder aanwijsbare oorzaak, heeft misschien wel een slaapstoornis. Een gesprek met uw arts en eventueel verder onderzoek kunnen volgende slaapstoornissen aan het licht brengen.
Hoofdbonken
Nachtmerries
Nachtelijk gillen
Slaapwandelen
Andere bekende voorbeelden zijn nachtangst, tandenknarsen en bedplassen
Meerdere oorzaken kunnen aan de basis liggen, bv. een verkeerde slaap-waakhygiëne, psychologische factoren, ademhalingsproblemen, geneesmiddelengebruik, rusteloze benen.
Soms is slaapapneu de oorzaak. Snurken kan hiervan een signaal zijn.
Hoofdbonken komt vooral voor bij kinderen. Vóór het inslapen begint het kind heen en weer te bewegen. Op die manier maakt het de overgang van activiteit naar rust. Het stopt spontaan. Het kind bezeert er zich niet mee. Kinderen verplichten ermee te stoppen, kan het probleem verergeren en misschien zelfs overdag doen tevoorschijn komen, bv. als het kind zijn zin niet krijgt. Het bijhorende lawaai kan wel storend zijn voor de omgeving. Verzacht de bedrand eventueel met weefsel en zet het bed vast met stoppen of een stroef vloerkleed.
Dromen en nachtmerries nemen toe vanaf de leeftijd van twee jaar. Meestal zijn nachtmerries een verwerking van wat er overdag gebeurde, met eventuele angsten of conflicten die blijven doorspelen, bv. conflicten in het gezin of op het werk, een ouder die op reis vertrekt, de komst van een broertje of zusje voor kinderen. Kleuters huilen of roepen vaak bij een nachtmerrie. Kinderen van vijf-zes jaar gaan dikwijls zelf naar hun ouders toe als ze wakker worden. Meestal herinneren ze zich goed waarover de nare droom ging. Nachtmerries zijn een normaal verschijnsel en verdwijnen vanzelf.
Toch zullen kinderen even getroost willen worden. Dit gebeurt best in hun bed. Willen ze niet over de nare droom praten, dan spreekt u er beter niet meer over.
Als nachtmerries vaak voorkomen, kan u overdag proberen de oorzaken te achterhalen en een manier te vinden om het kind van zijn angst of zorgen te bevrijden.
Nachtelijk gillen is onschadelijk en normaal bij kinderen van vier tot zeven jaar. Het kind zit rechtop met opengesperde ogen en gilt van angst. Soms maakt het ook heftige bewegingen en komt het zelfs uit bed. Het is niet wakker te krijgen. De volgende morgen herinnert het zich niets meer van het hele gebeuren.
Hou het kind vast tot het bedaard is. Maak het niet wakker want dan raakt het in verwarring. Als het kind uit bed komt, zorgt u er best voor dat er geen ongelukken kunnen gebeuren, bv. geen speelgoed op de vloer, niet bovenaan in een stapelbed slapen.
Slaapwandelen komt vooral voor op de leeftijd van drie tot vijf jaar. Het is op zich onschadelijk en verdwijnt meestal vanzelf. Slaapwandelen is een verschijnsel dat zich meestal in de eerste uren van de slaap voordoet. Het kind is niet echt wakker en coördineert zijn handelingen minder. Het kan zich ook minder oriënteren.
Maak het niet wakker maar zorg ervoor dat het zich niet bezeert en geen gevaarlijke dingen kan doen, bv. door een traphekje te plaatsen, de voordeur op slot te doen, de ramen te vergrendelen.
Deze ontstaan bv. als gevolg van nachtwerk of jetlag. De slaapuren verschuiven en de biologische ritmes zijn verstoord.
Naar de arts?
U raadpleegt het best een arts bij:
Bereid dit gesprek goed voor. Een goede manier is het invullen van een slaapdagboek. Ook voor kinderen die slecht slapen, kan het goed zijn een slaapdagboek bij te houden om extra informatie te hebben die de diagnose en behandelingsmogelijkheden in kaart brengt.
Diagnose
De huisarts zal vragen stellen over slaapgewoonten en levensstijl. Wellicht praat hij/zij ook over eventuele problemen thuis, op school, op het werk, in de vriendenkring. Soms ligt een lichamelijke oorzaak aan de basis van het slaapprobleem. Om hier zekerheid over te krijgen, zijn misschien lichamelijke onderzoeken nodig. Denkt de huisarts aan onderliggende psychische problemen, dan kan deze verwijzen naar een psychotherapeut. Het is ook mogelijk dat de arts doorverwijst naar een gespecialiseerd centrum voor klinisch slaaponderzoek. Een team van verschillende artsen werkt er samen om de slaap in beeld te brengen. Met sensoren op hoofd en lichaam worden de hele nacht oogbewegingen, hersenactiviteit, hartfrequentie, bewegingen van de borstkas en de buik, zuurstofgehalte in het bloed geregistreerd zodat de artsen een beeld hebben van de kwaliteit van de slaap. Ook ademhaling en eventueel onwillekeurige spiertrekkingen in de ledematen worden nagegaan. Deze onderzoeken zijn pijnloos. Aan de hand van de resultaten gaan de artsen na of er sprake is van een slaapstoornis. Ook bij kinderen kan een slaaponderzoek in uitzonderlijke gevallen zinvol zijn.
Slaapmiddelen
Naargelang de onderliggende oorzaak van slecht slapen, kan de huisarts doorverwijzen naar gespecialiseerde hulp. Voor wie een moeilijke periode doormaakt, kan het aangewezen zijn om tijdelijk slaapmedicatie te nemen. Experimenteer niet zelf met de slaapmiddelen van een familielid of vriend. Neem steeds contact op met de huisarts en respecteer de voorgeschreven dosis en duur van inname. Voor kinderen wordt slechts zelden gekozen voor slaapmedicatie. Ook daar beslist de arts over. Slaap- en kalmeermiddelen zijn scheikundige producten die de eigenlijke oorzaken van slecht slapen niet aanpakken. U mag ze daarom nooit gedurende langere tijd innemen. Ze kunnen wel tijdelijk helpen terug een goede regelmaat in het slaapritme te krijgen. Sommige geneesmiddelen verstoren het natuurlijk slaappatroon en verminderen de slaapkwaliteit. Vaak werken ze langer dan acht uur zodat de stof zich opstapelt in het lichaam. Bij gebruik van die langwerkende producten vergroot de sufheid overdag en nemen de concentratiestoornissen toe. Langdurig gebruik kan tot gewenning leiden.

