Vaderschapsrust werknemers en werklozen
Bij hospitalisatie of overlijden van de moeder, kan een deel van de moederschapsrust worden omgezet in vaderschapsrust. Deze regeling is enkel van toepassing voor werknemers en werklozen.
Duur
De vaderschapsrust kan aanvangen vanaf de achtste dag na de bevalling en dit op voorwaarde dat de baby niet meer in het ziekenhuis verblijft. De duur van de rust is gelijk aan het aantal dagen moederschapsrust dat nog niet is opgenomen. Wordt de moeder vóór het verstrijken van deze periode uit het ziekenhuis ontslagen, komt meteen een einde aan de vaderschapsrust.
De vaderschapsrust kan aanvangen vanaf de dag na het overlijden. De duur van de rust is gelijk aan het aantal dagen moederschapsrust dat de moeder nog kon nemen.
Aanvraag en procedure
U bezorgt het ziekenfonds een uittreksel van de geboorteakte of een medisch getuigschrift dat de geboorte bevestigt.
Uiterlijk acht dagen na het einde van de vaderschapsrust stuurt u het bewijs van werkhervatting ingevuld terug naar het ziekenfonds.
Uitkering
De uitkering van het ziekenfonds wordt berekend op basis van het loon of de werkloosheidsvergoeding van de vader. De uitkering wordt tweemaal per maand overgeschreven.
60 procent van het brutoloon of de werkloosheidsvergoeding.
WERKNEMERS Eerste dertig dagen 82 procent van het brutoloon (geen maximumbedrag van toepassing) Vanaf de 31ste dag 75 procent van het begrensd brutoloon WERKLOZEN Eerste dertig dagen 60 procent van het brutoloon waarop de werkloosheidsuitkering is berekend (referteloon), evenwel beperkt tot het bedrag van de werkloosheidsuitkering + supplement van 19,50 procent van het referteloon Vanaf de 31ste dag 60 procent van het referteloon, evenwel beperkt tot het bedrag van de werkloosheidsuitkering + supplement van 15 procent van het referteloon

