Geneesmiddelen en implantaten
Deze rubriek heet voluit ‘Apotheek – farmaceutische en parafarmaceutische kosten – kosten voor implantaten, prothesen en niet-implanteerbare medische hulpmiddelen’.
Geneesmiddelen
Onder deze paragraaf vind je de geneesmiddelen die volledig ten laste vallen van de patiënt. Je betaalt enkel wat je effectief hebt gebruikt.
Parafarmaceutische producten staan apart vermeld. Dat zijn onder meer verzorgingsproducten, een tandenborstel of een thermometer. Daarvoor is geen enkele tegemoetkoming voorzien.
Implantaten, prothesen en niet-implanteerbare hulpmiddelen
Implantaten zijn instrumenten, apparaten of hulpmiddelen die in het lichaam worden ingebracht. Bijvoorbeeld een ooglens of een nieuwe heup.
Voor implantaten moet meestal een persoonlijk aandeel worden betaald. Daarnaast mag de ziekenhuisapotheker aan je een afleveringsmarge aanrekenen. Deze bedraagt tien procent van de kostprijs, met een maximum van 148,74 euro.
Voor een aantal implantaten mag je niets worden aangerekend. Laat daarom steeds je factuur nakijken door je ziekenfonds.
Net zoals implantaten dienen prothesen om een lichaamsdeel te vervangen of te wijzigen. Het verschil is dat een prothese uitwendig wordt gedragen zoals een orthopedische schoen of een kniebrace.
Voor prothesen wordt een persoonlijk aandeel maar geen afleveringsmarge aangerekend.
Materiaal nodig tijdens en na een operatie (bv. hechtingsmateriaal) mag je niet worden aangerekend, behalve als er hiervoor terugbetaling door het ziekenfonds is voorzien.
Voor deze materialen kan de ziekenhuisapotheker je een afleveringsmarge aanrekenen. Deze bedraagt tien procent van de kostprijs, met een maximum van 148,74 euro.

