Incontinentieforfait: voorwaarden
Het forfait wordt uitbetaald aan zwaar zorgbehoevenden die aan drie voorwaarden voldoen.
Het volstaat dat de adviserend geneesheer van het ziekenfonds op basis van de score op de KATZ-schaal akkoord gaat met het aanrekenen van het forfait B of C. Het effectief beroep doen op thuisverpleging is geen vereiste.
Voor de berekening van de vier maanden worden de periodes met recht op het forfait B en deze met recht op het forfait C samengevoegd. De vier maanden moeten ook niet noodzakelijk een aaneengesloten periode vormen.
Dit betekent concreet dat de persoon incontinent is voor urine en/of stoelgang.
Goed om te weten
Een rechthebbende mag de laatste dag van de periode van vier maanden niet verblijven in een verzorgingsinrichting waarvoor de ziekteverzekering een tegemoetkoming voorziet. Men heeft dus geen recht op het incontinentieforfait bij opname in een: De opname in een instelling van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap vormt daarentegen geen probleem.

