Twee kwartier beweegplezier in de praktijk
Bewegen kan overal: thuis, op weg naar je werk, op je werk, in je vrije tijd.
Thuis
- Doe je boodschappen te voet of met de fiets.
- Neem regelmatig tijd om in de tuin te werken.
- Ook poetsen, stofzuigen, de auto wassen, het gras maaien … is bewegingstijd.
Van en naar je werk
- Neem vaker de fiets om naar je werk te gaan.
- Stap een halte eerder uit de bus dan je normaal zou doen.
- Ga te voet of met de fiets naar het station.
Op je werk
- Gebruik zoveel mogelijk de trap in de plaats van de lift.
- Maak een korte wandeling tijdens de middagpauze.
- Zet de printer ver genoeg zodat je moet rechtstaan om er een print uit te halen.
- Zit niet langer dan 20 minuten stil achter je bureau. Rek je af en toe eens uit.
- Ga af en toe iets te drinken halen.
In je vrije tijd
- Laat voor korte afstanden de auto in de garage staan.
- Hou een vast moment in je agenda vrij om een bewegingsactiviteit te doen.
- Zoek een familielid, vriend(in) of buur om samen te sporten.
- Maak tijd om met de (klein)kinderen te spelen of te wandelen.
- Beweeg wat terwijl je moet wachten om de kinderen van de sportclub te halen.
- Sluit aan bij een vereniging die bewegingsactiviteiten organiseert.
- Laat je afstandsbediening liggen en sta recht om te zappen.