Sla de navigatie over
regio Mechelen-Turnhout Kies een ander CM-ziekenfonds
U bent hier: Bewust gezond -  Gezond leven -  Beweging -  Fietsen

Fietsen

Indien je meer beweging wil inbouwen in je dagelijkse activiteiten, kun je zeker overwegen om meer te fietsen.

Waarom fietsen?

  • Betere fysieke gezondheid.
  • Minder last van stress.
  • Betere slaap.
  • Meer sociale contacten.
  • Gemakkelijk in te passen in de dagelijkse activiteiten.
  • Met het hele gezin of in groep mogelijk.
  • Besparing van brandstof en parkeergeld.
  • Goed voor het milieu.
  • Meestal minder inademen van uitlaatgassen dan automobilisten.
  • Vaak sneller dan met de wagen voor korte afstanden.

Top >

Hoe eraan beginnen?

  • Wat vaker de fiets nemen is echt niet zo moeilijk.
    • Fiets naar het werk of tot aan het station om naar het werk te gaan. Misschien kom je zelfs in aanmerking voor een fietsvergoeding.
    • Ga met de fiets naar de bakker of om een krant.
    • Stimuleer je kinderen om met de fiets naar school, de sportclub, de jeugdbeweging, de muziekschool te gaan. Rij eventueel het traject met hen mee en wijs hen op mogelijke gevaren.
  • Win advies in bij je huisarts als je lange tijd inactief was. Maar er bestaan nauwelijks medische redenen om niet te fietsen.
  • Ga niet te snel van start. Geef je spieren de kans om rustig op te warmen.
  • Rij de eerste dag nooit meer dan 20 km.
  • Fiets in het begin slechts om de twee dagen.
  • Verander regelmatig van houding. Wissel ook de houding van de handen op het stuur af en toe af.
  • Hou tijdens het fietsen rekening met de signalen van je lichaam. Als je nog rustig een babbeltje kunt doen tijdens het fietsen zit je goed.
  • Let op voor competitiedrang en zelfoverschatting wanneer je met een aantal vrienden begint te fietsen.

Top >

Waarmee rekening houden?

De juiste fiets kiezen

  • Kies een fiets aangepast aan je lengte. Vraag hiervoor raad aan een vakman. Hij kan je de juiste fiets aanduiden, afhankelijk van het gebruik dat je er wil van maken.
  • Pas de hoogte van stuur en zadel aan aan je lengte. Neem er de tijd voor. Je merkt meestal pas na enige tijd of uw fiets echt goed zit. Misschien moet je de instellingen na enkele kilometers wel wijzigen.
  • Stel het stuur goed af. Een pols die te veel knikt, vergroot het risico op een ‘fietsershand’. Dit is een doof, tintelend gevoel vanuit de pols aan de pinkzijde.
  • Kies een goed zadel. Dit is sterk individueel bepaald en afhankelijk van het bekken. Een te smal, te breed of te hoog zadel kan pijn veroorzaken. Aan elk nieuw zadel moet je wennen. Een leren zadel geeft in het begin geen goede zit maar moet eerst een aantal keren ingereden worden.
  • Zorg dat je fiets voorzien is van de reglementaire uitrusting.
  • Een lage instap kan een belangrijk comfortelement zijn.
  • Koop een veilige kinderfiets aangepast aan de leeftijd en lengte van je kind. Als het op het zadel zit, moet het met beide voeten gelijk de grond kunnen raken. Het been mag niet volledig gestrekt zijn als de voet op het pedaal op de onderste stand rust. Vooral een te grote fiets houdt risico’s in. ‘Op de groei’ kopen is geen goede zaak.
  • Kies een kinderfiets met een kettingscherm aan beide zijden zodat losgekomen veters niet tussen de ketting kunnen draaien. Een goede stuurbreedte komt ongeveer overeen met de schouderbreedte van het kind.


Onderhoud van de fiets

  • Een goed onderhouden fiets is een veiligere fiets.
  • Een regelmatige schoonmaakbeurt voorkomt roestvorming, vuilophoping bij de verschillende onderdelen van de fiets en vlekken op de kleren.
  • Hou de banden goed op spanning om minder weerstand te ondervinden bij het rijden. Een band met de juiste spanning slijt minder en vermindert het risico dat glas of steentjes zich tussen het profiel van de band nestelen. De juiste spanning lees je meestal af op de zijkant van de buitenband.
  • Smeer en controleer de ketting regelmatig. Schakelen verloopt soepeler met een schone ketting.
  • Controleer regelmatig de remblokjes en remkabels op slijtage. Remkabels die uitrafelen of roest vertonen, zijn aan vervanging toe. Dat is ook het geval als het remmen stroef gaat en je heel hard moet knijpen om effect te hebben.
  • Zorg voor degelijke verlichting en neem reservelampjes en –batterij mee.
  • Ga minstens eenmaal per jaar langs bij de vakman om je fiets te laten controleren. Hij merkt mankementen die je zelf niet kunt ontdekken zoals scheuren, verbuigingen, speling of roest op verborgen plekken.
  • Denk aan de wettelijke verplichtingen waaraan een fiets moet voldoen.
  • Neem een reparatiekit mee voor onverwachte defecten.
Kledij
  • Om te fietsen is geen speciale kledij nodig. Zorg er wel voor dat je op alle weersomstandigheden bent voorbereid.
  • Vertrek niet te licht gekleed. De snelheid en de wind zorgen er immers voor dat het als fietser kouder aanvoelt dan de gemeten temperatuur. Meerdere dunne kledingstukken boven elkaar beschermen beter tegen de koude dan één dik kledingstuk.
  • De bovenste laag moet ondoorlaatbaar zijn voor wind en regen maar tegelijk ‘ademen’ zodat het zweet naar buiten kan. Plastiek- en nylonvesten zijn niet ideaal omdat ze het zweet vasthouden.
  • Bescherm voeten, handen, oren, neus, kin en wangen als het koud is. Dit zijn de plaatsen waar je het snelst en het meest warmte verliest.
  • De onderste laag op de huid moet vocht doorgeven aan de volgende kledinglaag. Katoen is hierdoor minder geschikt. Het stapelt zweet op en kleeft aan het lichaam. Dit geeft een onaangenaam gevoel en leidt tot afkoeling. Polyester is een betere keuze.
  • Zorg voor een pet of zonnehoedje als je in de zon fietst. Smeer je gezicht, nek, armen en benen in met een goede zonnecrème.
  • Kies vooral in de zomer voor lichtere kleuren. Ze absorberen minder warmte en je bent bovendien beter zichtbaar.
  • Loszittende kledij kan tussen de ketting of spaken raken en is dus af te raden.
Voeding
  • Fietsen kost energie. Een gevarieerde en evenwichtige voeding volgens de principes van de actieve voedingsdriehoek levert de nodige energie om dertig minuten te kunnen fietsen. Speciale voeding of sportdranken zijn alleen nodig bij zeer zware inspanningen.
  • Neem altijd een drinkbus of iets te drinken mee. Drink voldoende voor je dorst krijgt want dan is het eigenlijk al te laat. Op een gewone dag is 1,5 liter drinken aanbevolen. Bij het fietsen moet de vochtinname nog groter zijn. Water drinken verdient de voorkeur.
  • Zorg voor voldoende koolhydraten. Dit zijn de beste energieleveranciers. Goede bronnen zijn brood, deegwaren, rijst, aardappelen en fruit.
  • Eet regelmatig verse groenten.
  • Wees zuinig met vetten.
  • Voorzie ook iets om te eten voor onderweg. Neem gezonde tussendoortjes mee, bv. een appel of banaan.

Top >

Folder

Top >


terug