Je browser ondersteunt geen JavaScript of JavaScript is uitgeschakeld.

Hoge bloeddruk

De bloedsomloop is een gesloten circuit waarbij het hart voortdurend bloed door de slagaders pompt. Hierbij oefent het bloed een kracht uit op de wanden van de bloedvaten. De bloeddruk meet de grootte van deze kracht.

Om deze te kennen wordt de boven- en onderdruk gemeten. De bovendruk wordt bepaald als het hart samentrekt en veel bloed door de slagaders perst; de onderdruk als het hart zich ontspant en de druk op de vaatwanden afneemt.

Hoewel er volautomatische systemen bestaan, gebeurt de meting van de bloeddruk meestal nog met een opblaasbare armband en stethoscoop. Het resultaat wordt uitgedrukt in mmHg (Hg staat voor kwik). Meestal zal de arts de waarden delen door tien: in de plaats van 120/80 mmHg zal hij 12/8 aangeven.

De ideale bloeddruk heeft een bovendruk lager dan 120 mmHg en een onderdruk lager dan 80 mmHg.


Wat?

Van verhoogde bloeddruk is sprake wanneer de waarden hoger zijn dan 140 en 90 mmHg.

Omdat lichaamshouding, activiteiten, spanningen, emoties en angst invloed hebben op de bloeddruk, wisselt deze voortdurend. Bij sommige mensen verhoogt hij zelfs zodra ze in de spreekkamer van de arts komen, omdat ze op dat moment gespannen zijn (= het wittejaseffect). Eén meting is dus onvoldoende om te concluderen dat iemand een verhoogde bloeddruk heeft. Drie metingen, bij voorkeur op verschillende tijdstippen, kunnen wel uitsluitsel geven.

Bij een verhoogde bloeddruk worden hart en bloedvaten aangetast, vaak zonder dat men zich van enig kwaad bewust is. Vandaar dat hij wordt omschreven als een stille doder.
Een gezondleefpatroon - liefst vanaf jonge leeftijd - helpt om een verhoogde bloeddruk te voorkomen.

Veelgestelde vragen