Je browser ondersteunt geen JavaScript of JavaScript is uitgeschakeld.

Vaccinatie tegen bof


Tegen bof of dikoor bestaat een vaccin, dat sinds 1985 opgenomen is in het basisvaccinatieschema. 

Jammer genoeg laten sommige ouders hun kind niet vaccineren. Niet alleen om principiële redenen, maar ook uit onwetendheid omdat ze – door het succes van het vaccin – de mogelijke gevolgen van bof niet meer kennen. Hierdoor lopen niet alleen hun kinderen, maar ook anderen het risico om besmet te worden. Want als te veel kinderen niet gevaccineerd zijn, verhoogt de kans op besmetting voor nog niet gevaccineerde zuigelingen en kinderen die om medische of andere redenen geen vaccin mogen of kunnen krijgen. 

Vaccinatie gebeurt volgens het basisvaccinatieschema op 12 maanden. Een herhalingsinenting wordt voorzien in het vijfde leerjaar.

Jongvolwassenen

Naast kinderen is vaccinatie ook aangewezen voor sommige jongvolwassenen, meer bepaald voor diegenen die geboren zijn tussen circa 1975 en 1985. Zij kunnen immers nog besmet worden omdat - na de beschikbaarheid van het vaccin in 1967 - de vaccinatie nog niet systematisch gebeurde en een tweede inspuiting meestal niet gegeven werd.  

Jongvolwassenen die niet of onvolledig gevaccineerd werden en de ziekte niet doormaakten, moeten zeker vaccinatie overwegen als ze reizen naar landen waar bof veel voorkomt of als ze kinderen wensen. Het vaccin is een drievoudig combinatievaccin tegen bof, mazelen en rode hond. Vrouwen mogen de eerste maand na deze vaccinatie niet zwanger worden.