Bij het opbouwen of onderhouden van een goede conditie krijgt lenigheid vaak weinig aandacht. Er zijn nochtans heel wat redenen waarom je wel regelmatig zou moeten rekken.

Wat is lenigheid?

Lenigheid is bij iedereen verschillend en afhankelijk van leeftijd, erfelijkheid, ras en individuele aanleg.

Lenigheid verkrijg je door met bewuste bewegingen de spiervezels van bepaalde spiergroepen zo ver mogelijk uit te rekken. Hierdoor zal je het verlies aan bewegingsvrijheid van de spieren en gewrichten tegengaan en minder stijf worden.

Oorzaken beperkte lenigheid

Door te verouderen worden we geleidelijk en onopvallend stijver. Deze stijfheid kan je vergelijken met een harnas dat steeds harder gaat drukken, waardoor je een heleboel ongemakken kan ervaren. 

Een beperkte lenigheid kan zowel een emotionele als fysieke oorzaak hebben. Wie veel stress of pijn ervaart zal zich automatisch meer opspannen. Ook korte spieren of de vorm van het gewricht hebben een invloed op de lenigheid. 

Belang van lenigheid

Rekken geeft ontspanning aan het lichaam en heeft heel wat positieve invloeden. 

  • Een minimum aan lenigheid is nodig om bepaalde dagdagelijkse taken met gemak uit te voeren zoals bukken en reiken. 
  • Minder kans op blessures: een flexibel gewricht vangt een verkeerde beweging beter op. 
  • Beter gebruik van je spieren: je kunt de volledige lengte van je spieren gebruiken. 
  • Verbeterde houding en minder kans op rug- en nekpijn: spieren, pezen en ligamenten passen zich aan de dagelijkse onnatuurlijke houdingen aan. Regelmatig stretchen helpt deze spieren te ontspannen.

Hoe kun je er iets aan doen?

Rekoefeningen om je lenigheid te verbeteren kan je altijd en overal doen. 

Bovendien kan iedereen deze oefeningen doen, ongeacht de leeftijd. Begin je op oudere leeftijd te oefenen, zal je evenwel nooit de soepelheid van een jongere evenaren. Maar je behoudt en verbetert er wel je lenigheid door. 

Bij het oefenen hou je het best rekening met volgende aandachtspunten.

  • Zorg voor een goede opwarming door een vijftal minuutjes te wandelen of ter plaatse te joggen. 
  • Doe de oefeningen op eigen tempo en zonder te forceren. Ken je grenzen en rek nooit te ver. Stop als je pijn ervaart. 
  • Maak geen schokkende bewegingen.
  • Weet dat je een goede en minder goede kant hebt. Oefen zeker ook je minder goede kant. 
  • Oefen steeds de grote spiergroepen van onderste ledematen, bovenste ledematen en romp. 
  • Doe vier rekkingen per spier(groep). Rust minstens dertig seconden tot één minuut uit tussen de rekoefeningen.
  • Handhaaf de spanning (rekking) gedurende dertig seconden; blijf doorademen tijdens de rekoefening (dus niet de adem blokkeren). 
  • Oefen zeker om de twee dagen. Hoe vaker je stretcht, hoe sneller de vooruitgang. Probeer één rustdag tussen de oefensessies in te bouwen als je pas start. 

Enkele oefeningen voor thuis kan je vinden in het doe-boek 'Lichaam in beweging'

Ga ook naar


CM-diensten en -voordelen