HomeGezond levenOmgevingVallen voorkomenRisicofactoren

Biologische factoren

  • Geslacht: naarmate je ouder wordt, val je makkelijker. Een vermindering van het evenwichtsgevoel, de mobiliteit en spiersterkte zijn er verantwoordelijk voor. 
  • Een (te) lage bloeddruk of een plotse daling van de bloeddruk bij het rechtkomen, het bukken of na de maaltijd. 
  • Duizeligheid
  • Verminderd zicht: vooral een verminderd dieptezicht en een verminderde contrastgevoeligheid spelen een belangrijke rol. 
  • Pijn: bij pijn beweeg je moeilijker en ondervind je vaak last van stijfheid. Pijn kan bovendien leiden tot verminderde slaap waardoor je overdag meer vermoeid of suf bent. 
  • Urine-incontinentie: als je ’s nachts vaak moet opstaan om te plassen of je je moet haasten om tijdig het toilet te bereiken, heb je meer kans om te vallen. 
  • Minder betrouwbaar kortetermijngeheugen, vergeetachtigheid en oriëntatiestoornissen, bijvoorbeeld als gevolg van dementie of de ziekte van Parkinson. 
  • Personen met een depressie zijn minder in staat om adviezen rond valpreventie op te volgen. Bovendien kan de behandeling met antidepressiva het valrisico verhogen. 
  • Voetproblemen zoals blaren, zweren, eeltknobbels en ingegroeide nagels. 
  • Laag vitamine D-gehalte: ouderen met een laag vitamine D-gehalte hebben een hoger valrisico, door de impact van vitamine D op bot- en spierfunctie. 
  • Valgeschiedenis: ouderen met een valpartij in het verleden lopen een hoger risico om opnieuw te vallen.

Ga ook naar


Download


CM-diensten en -voordelen