HomeVoor professionelenPersPersberichten 2017

Bijna één volwassene op de twee gaat niet naar tandarts


Persbericht 20 maart 2017

47 procent van de volwassenen in Vlaanderen ging in 2016 niet naar de tandarts. Dat blijkt uit cijfers van CM op deze Werelddag van de Mondgezondheid (20 maart). Om tandproblemen te voorkomen is het nochtans belangrijk om minstens één keer per jaar bij de tandarts langs te gaan. Je vermijdt bovendien dat je het jaar nadien voor heel wat tandzorg minder terugbetaling krijgt.

In 2016 hadden slechts 53 procent van de volwassenen in Vlaanderen minstens één prestatie tandzorg. In 2015 was dat nog 57 procent. ‘De mindere resultaten verwonderen’, zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp. ‘Om mensen aan te zetten om jaarlijks naar de tandarts te gaan, is in 2015 het mondzorgtraject ingevoerd. Wie tijdens het vorige kalenderjaar geen verstrekking tandzorg had, krijgt voor de meeste tandzorg minder terugbetaald. Vorig jaar is daar net heel wat sensibilisering rond gebeurd’, zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp. 

Andere opvallende vaststellingen uit het CM-onderzoek 

  • In Vlaanderen gaan verhoudingsgewijs meer kinderen dan volwassenen naar de tandarts: 73,5 procent van de 6- tot 18-jarigen in 2016. Maar nog altijd één jongere op de vier ging vorig jaar niet naar de tandarts. Nochtans is dit de leeftijdsgroep met de meeste orthodontiebehandelingen. Voor de jongste kinderen worden zelfs twee tandartsbezoeken per jaar aangeraden. Behalve orthodontie worden alle tandzorgverstrekkingen volledig terugbetaald tot en met de leeftijd van 17 jaar. Dit bewijst dat ‘gratis’ niet volstaat om ouders aan te zetten om met hun kind naar de tandarts te gaan. 
  • Minder tandartsbezoek tussen 18 en 30 jaar en na 75 jaar. 
  • Rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming gaan minder naar de tandarts (38,2 procent) dan gewone verzekerden (55,5 procent). 
  • Vrouwen gaan vaker naar de tandarts dan mannen (58,6 procent vrouwen tegenover 53,4 procent mannen).

Kot en kwetsbaarheid 

‘Mensen denken ten onrechte dat ze niet naar de tandarts hoeven te gaan wanneer zij geen tandpijn hebben. Ongetwijfeld verklaart dit gedeeltelijk waarom de 18- tot 30–jarigen minder naar de tandarts gaan’, analyseert Luc Van Gorp. ‘Ver van zijn vertrouwde tandarts wonen, bijvoorbeeld bij kotstudenten, of een laag inkomen spelen binnen deze leeftijdsgroep ook een rol’, voegt hij eraan toe. 

‘Boven 75 jaar hebben veel mensen een tandprothese. Zij oordelen vaak dat een tandartsbezoek dan niet meer nodig is’, vervolgt de CM-voorzitter. ‘Nochtans kan een tandarts bijvoorbeeld mondkanker opsporen. Woonzorgcentra zouden verplicht moeten worden om een verantwoordelijke voor gezondheid en mond- en tandhygiëne aan te stellen’, pleit Luc Van Gorp. 

Dat bijna 62 procent van de volwassenen met de verhoogde tegemoetkoming in 2016 niet naar de tandarts ging, verontrust CM ook. ‘De hoge kostprijs van sommige behandelingen houdt kwetsbare mensen zeker tegen om naar de tandarts te gaan’, merkt Luc Van Gorp op. ‘Het wegwerken van financiële drempels moet een prioriteit blijven, zodat de meest kwetsbaren een betere toegang tot tandzorg krijgen. Voor CM zouden deze inspanningen aan een echt volksgezondheidsbeleid gekoppeld moeten worden om ook andere, vaak voorkomende hindernissen weg te nemen (angst voor pijn, gebrek aan informatie, …). ‘Goede praktijken en gewoonten moeten van jongs af worden aangenomen’, verzekert Luc Van Gorp. 

Bijlage: grafieken

Meer info: Dieter Herregodts, persverantwoordelijke CM, 0475 86 36 71