De eerste dertig dagen met een huilbaby: ‘Na één week barstte de hel los’

Voor Elise en haar man Glenn valt de eerste week met pasgeboren zoontje Vince beter mee dan verwacht. Een paar dagen later maakt de roze wolk plaats voor een dikke donderwolk. Elise blikt terug. ‘We waren niet meer aan het leven. We waren aan het overleven.’

Dag 1: ‘Zo moeilijk is dit toch niet?’ 

Na een heftige bevalling komt Vince een maand te vroeg ter wereld. Maar thuis is hij rustig: hij slaapt voldoende, drinkt en ligt in zijn park. 

‘Glenn en ik keken naar elkaar en dachten echt: zo moeilijk is dat nu toch niet? Een baby wordt wakker, je geeft hem eten, je ververst zijn pamper en hij slaapt weer.’ Maar lang duurt die rust niet. 

Week 2: en toen barstte de hel los 

Na ongeveer een week verandert Vince. Hij huilt steeds vaker en harder. ‘Hem even in zijn park leggen om te douchen of te eten? Vergeet het. Glenn en ik moesten om de beurt eten: zodra we hem neerlegden, begon hij te krijsen. Zelfs ’s avonds konden we nooit samen in de zetel zitten. Een van ons was altijd met Vince aan het rondlopen om hem rustig te houden.’ 

Er wordt gedacht aan verborgen reflux en koemelkallergie. Elise past haar voeding aan en ze proberen van alles, maar niets lijkt te helpen. ‘Voor ik beviel, wilde ik absoluut geen draagzak, maar uiteindelijk heb ik er toch eentje gekocht. Beste aankoop ooit. Vince heeft daar uren en uren in gezeten.’ 

Week 3: slapen in shiften 

De nachten zijn intussen loodzwaar. Vince kan na zijn voeding niet terug in zijn bedje. ‘Na een fles moesten we hem rechtop houden. Eén van ons zat dan half rechtop met Vince op zich, terwijl de andere probeerde te slapen. Daarna wisselden we. Als we drie uur per nacht sliepen, was het veel.’ 

En dan is er dat advies: slaap wanneer de baby slaapt. ‘Daar kon ik dus echt niets mee’, zegt Elise. ‘Vince sliep overdag bijna niet. En áls hij sliep, was dat op mij. Wanneer moest ik dan slapen?’ 

Wanneer Glenn weer gaat werken, wordt het moeilijker. ‘Met twee was het al pittig, laat staan alleen. Soms stond ik Vince al bijna aan Glenn door te geven zodra ik de deur hoorde opengaan. Gelukkig heb ik een fantastische partner: ook als hij de volgende dag moest werken, stond hij ’s nachts klaar met een flesje. Toen Glenn voor zijn werk naar het buitenland moest, sprong mijn mama bij. Ik weet echt niet hoe ik het zonder hen had moeten doen.’ 

Week 4: ‘Maar hij is toch rustig?’ 

Zodra er bezoek binnenkomt en er geluid in huis is, wordt Vince plots wel rustig. ‘Dan zeiden mensen: Hoezo huilt hij veel? Hij is toch kalm?’ 

Op den duur beginnen Elise en Glenn zijn huilbuien zelfs te filmen. ‘Dat klinkt achteraf absurd, maar we wilden bewijs. Als je telkens vertelt hoe zwaar het is en mensen zien vervolgens een rustige baby, begin je bijna aan jezelf te twijfelen.’ 

‘Je leeft echt van moment tot moment. Je denkt niet: wat gaan we dit weekend doen? Je denkt: hoe geraken we het komende uur door? Wanhopig werden we ervan!’ 

De maanden erna 

Kilometers met de buggy 

Na die eerste dertig dagen wordt het niet gemakkelijker. Wandelen blijkt een van de weinige dingen die Vince tot rust brengt. ‘Onze buggy heeft ongelooflijk veel kilometers gedaan. Als hij eindelijk sliep, mocht ik vooral niet stoppen. Kwam ik iemand tegen die een praatje wilde maken? Dan dacht ik: alsjeblieft, laat me doorlopen.’ 

Ook alleen boodschappen doen wordt een opgave. Wanneer Vince in de supermarkt begint te huilen, krijgt Elise hem niet meer rustig. ‘Ik voelde iedereen denken: doe iets! Maar ik dééd alles wat ik kon. Uiteindelijk heb ik mijn boodschappen in het midden van de winkel laten staan en ben ik naar huis vertrokken.’ 

‘Ik was jaloers op mensen met een gewone baby’ 

‘Toen ik eens op bezoek was bij een vriendin die ook een baby had, moest ik bij wijze van spreken zoeken waar die baby lag. Zo stil was het daar. Dus ja, ik was soms jaloers op anderen. Tijdens mijn zwangerschap droomde ik ervan om samen te gaan lunchen met mijn baby of op vakantie te gaan. Voor ons was dat allemaal onmogelijk. Die mooie kraamperiode hebben wij nooit gehad.’ 

‘Zelfs als Glenn ging werken, was ik jaloers. Ik dacht: jij mag alleen naar het toilet, rustig eten, met volwassenen praten. Werk leek mij bijna vakantie.’  

‘Daardoor voelde ik me vaak eenzaam. Ik zat precies gekluisterd aan mijn huis door mijn baby, en op den duur kon ik niet meer vertellen hoe zwaar het echt was. Er rust toch nog een taboe op.’ 

‘Ik heb onder een dikke donderwolk gezeten’ 

Ook het idyllische beeld van die roze wolk weegt op Elise. ‘Roze wolk? Ik heb onder een dikke donderwolk gezeten. Als ik andere mensen hoorde vertellen hoe hard ze genoten, dacht ik: wat doe ik verkeerd?’ 

Want natuurlijk ziet ze Vince graag. ‘Doodgraag, zelfs! Maar tegelijk was hij ook mijn hel. Dat durfde ik toen bijna niet te zeggen. Maar op dat moment waren we gewoon aan het overleven.’ 

Op zoek naar erkenning 

Op een dag huilt Vince al urenlang. Zelfs haar mama maakt zich zorgen. ‘Mijn broer was ook een huilbaby, dus mijn mama wist wat dat was. Maar ze zei: Dit heeft je broer nooit gedaan. Dit is niet normaal. Toen dacht ik: oké, ik beeld het mij niet in. Ik bel naar de spoed.’ 

In de auto krijst Vince de hele rit. ‘Ik kwam daar aan, zette hem in de buggy en hij viel in slaap. Ik dacht: dit meen je niet. Nu zet ik eindelijk die stap, en nu slaapt hij.’ Elise voelt zich opnieuw niet echt geholpen. 

Wat Elise in die periode vooral nodig heeft, is erkenning. ‘Je bent niet op zoek naar goedbedoeld advies. Zo vertelde een collega me onlangs dat haar kindje door de waterpokken al een tijdje slecht slaapt. Ze zei: Hoe heb jij dit in godsnaam zo lang gedaan? Dat deed deugd.’ 

Van huilbaby naar lachbaby 

Vandaag is Vince één jaar en ziet hun leven er helemaal anders uit. ‘Sinds zijn eerste verjaardag slaapt Vince ’s nachts eindelijk door en doet hij overdag langere dutjes. Daarvoor duurden die hooguit een halfuur. Hij is van huilbaby naar lachbaby gegaan. Ik kan vandaag echt zeggen dat ik dolverliefd ben op dat manneke.’ 

Pas wanneer er meer rust komt, voelt Elise hoe diep ze is gegaan. ‘De combinatie van weinig slaap, werken en de zorg voor Vince werd me te veel. Ik ben meer dan een maand thuis geweest en werk nu progressief. Achteraf gezien had ik veel eerder hulp moeten zoeken.’ 

Helemaal weg is die periode niet. Als Vince huilt, reageert haar lichaam nog altijd meteen. ‘Dan voel ik iets door mijn lijf schieten. Mensen zeggen weleens dat je een kind af en toe moet laten huilen. Maar ik heb hem zóveel horen huilen... Ik kan dat gewoon niet.’ 

'Mijn advies? Geen woorden, maar daden'

Elises advies voor ouders die midden in zo’n periode zitten? ‘Trek op tijd aan de alarmbel.’ Maar ook voor de omgeving heeft ze raad: ‘Wacht niet tot iemand zelf om hulp vraagt, want een ouder van een huilbaby wil een ander echt niet met dat gehuil opzadelen. Kom gewoon langs en neem de baby even over. Vergeet dat kraamcadeau! Het grootste cadeau dat je ouders van een huilbaby kunt geven, is rust.’