Stap mee op de Grote Emotiebus

Kinderen voelen vaak veel tegelijk. Het ene moment zijn ze boos omdat hun jas niet wil dichtgaan, het volgende moment barsten ze in tranen uit om een boterham die fout gesneden is, en even later stuiteren ze juichend van plezier door de woonkamer. Hoe ga je als ouder om met die grote emoties? Opvoedingsexpert Steven Gielis stuurt ons in de juiste richting met de Grote Emotiebus.

Tekst: Cynthia Bulteel

Beeld: Lannoo

Leestijd: 2 min

29/01/2026

Wij spraken met Steven Gielis, opvoedingsexpert, lector aan AP Hogeschool en auteur van Het grote boek van alle emoties. Hij schreef nu ook een vervolg: De grote emotiebus. Dit boek helpt kinderen en ouders op een eenvoudige en leuke manier over emoties praten. 

Kinderen voelen hetzelfde als wij, maar intenser 

Steven legt meteen uit waarom emoties bij kinderen soms zo overweldigend lijken. ‘Kinderen hebben dezelfde emoties als volwassenen,’ zegt hij, ‘maar hun brein is nog niet klaar. Alles komt sterker binnen. Ze hebben ook nog niet de woorden om te zeggen wat ze voelen. Dan krijg je sneller tranen, roepen of een driftbui. Om tot rust te komen, hebben kinderen onze nabijheid nodig.’ 

 

De Grote Emotiebus: alle gevoelens welkom 

In De grote emotiebus zijn gevoelens de passagiers. ‘Soms zit boosheid aan het stuur. Soms verdriet. Soms blijdschap,’ vertelt Steven. ‘En dat is oké. Alle passagiers horen op de bus.’ 

Het boek toont kinderen dat emoties komen en gaan. En dat je, net zoals een buschauffeur, kan leren sturen: Wie neemt nu de leiding? En hoe krijg je een andere passagier weer naar voren? 

Dat klinkt eenvoudig, maar zo worden emoties losgemaakt van wie je bent. ‘Een kind is niet boos,’ zegt Steven. ‘Het heeft een boze passagier die iets wil vertellen. Dat maakt het minder beschamend om erover te praten.’ 

 

Eerst nabijheid, dan woorden 

Hoe reageer je als je kind overstuur is? Steven geeft vier sleutelwoorden: 

  1. Vertragen

    Ga even bij je kind zitten en kijk wat er gebeurt. 

  2. Verbinden

    Uitleggen dat wat je ziet, oké is: ‘Ik zie dat het lastig is’.

  3. Nabijheid

    Er gewoon zijn, werkt vaak beter dan meteen advies geven.

  4. Begrenzen

    Grenzen stellen blijft belangrijk: een kind mag boos zijn, maar slaan mag niet. 

Over begrenzen is Steven duidelijk: ‘Grenzen blijven belangrijk. Verbindend ouderschap betekent niet dat alles mag,’ zegt hij. ‘Je mag gerust zeggen: “Je mag enthousiast zijn, maar in de bib roepen we niet.” Kinderen hebben duidelijke afspraken nodig om zich veilig te voelen.’  

 

‘Goed genoeg’-ouderschap 

In veel gezinnen worden emoties nog altijd angstvallig verborgen. Steven pleit voor meer openheid. 
‘Kinderen voelen sowieso dat er iets is,’ zegt hij. ‘Door je emoties eerlijk te uiten – een traan, een ruzie, een sorry achteraf - geef je een waardevolle les mee: emoties horen bij het leven. Je komt er ook weer uit.’ 

Hij pleit voor ‘goed genoeg’-ouderschap. ‘Niemand is een perfecte ouder, dat kan ook niet,’ zegt Steven. ‘En als we zelf altijd perfect willen zijn, lijkt het alsof kinderen dat ook moeten kunnen. Dat is geen haalbare verwachting.’ 

Volgens hem helpt een kleine denkshift: ‘Vraag jezelf ’s avonds niet wat je fout deed, maar wat je morgen anders wil proberen. Dat is al heel mooi.’