Nora voedt haar dochter meertalig op: ‘Het maakt je wereld groter’

Voor Nora was het vanzelfsprekend om haar dochter Lilya (2) meertalig op te voeden. Maar hoe werkt dat in het dagelijks leven? Welke taal spreek je aan de ontbijttafel, onderweg naar de opvang of bij de grootouders? ‘Hoe meer talen je kent, hoe groter je wereld is.’

‘Meertaligheid is een troef’, vertelt Nora. ‘Hoe meer talen je kent, hoe meer talenten je hebt.’ Voor Nora en haar partner was het vanzelfsprekend om  Lilya (2)  meertalig op te voeden. ‘We zijn allebei meertalig opgegroeid en ervaren daar zelf elke dag de voordelen van. Zeker in een land als België: we kunnen vlot schakelen tussen Frans en Nederlands. Dat maakt je wereld groter en opent deuren, persoonlijk én professioneel.’

Eén taal per ouder

‘Toen Lilya werd geboren, spraken we af dat ik Frans tegen haar zou praten en haar papa Nederlands’, vertelt Nora. ‘Maar theorie en praktijk zijn niet altijd hetzelfde. De talen lopen soms door elkaar, en dat gaat eigenlijk vanzelf.’

Lilya leert intussen volop nieuwe woorden. ‘Als ze bijvoorbeeld schoen zegt, herhaal ik dat in het Frans: Oui, c’est une chaussure. Zo legt ze in beide talen de link met het voorwerp.’

Voor Nora was het belangrijk om meteen met die meertalige opvoeding te starten. ‘Ik heb zelf pas op mijn twaalfde Nederlands geleerd, toen ik naar een Nederlandstalige school ging. Ik merk nu dat ik woorden uit de periode daarvoor minder goed beheers. Bepaalde dieren benoemen in beide talen is voor mij bijvoorbeeld niet altijd evident. Dat wilden we bij Lilya anders aanpakken.’

Opvoeden in een meertalige omgeving

Nederlands en Frans zijn niet de enige talen waarmee Lilya opgroeit. ‘Haar grootouders spreken zoveel mogelijk Arabisch met haar. Dat hebben mijn partner en ik hen ook gevraagd. Ze doen daar echt hun best voor, al schakelen ze soms toch over op Frans.’

Volgens Nora is het soms moeilijker voor haarzelf dan haar dochter om te weten welke taal ze moet spreken. ‘Lilya is twee en brabbelt erop los. De talen vloeien door elkaar, het gaat heel natuurlijk.’ Toch proberen de ouders haar zoveel mogelijk structuur te bieden. Dat betekent dat Lilya doorheen de dag tussen talen wisselt. ‘Ik haal haar uit bed en begin in het Frans: Bonjour, ma chérie! On va manger. Als ik haar heb aangekleed, brengt papa haar naar de opvang. Vanaf dan praat ze Nederlands, ook daar.’

De taal hangt ook af van de omgeving. ‘Gaan we naar een Nederlandstalige context, dan praten we Nederlands. In Wallonië of Brussel schakelen we sneller over op Frans.’ 

Een uitdaging

‘Consequent blijven is een uitdaging’, geeft Nora toe. ‘Dat merken we elke dag. Onlangs ging ik bijvoorbeeld met Lilya naar Wiegwijs. Daar wordt Nederlands gesproken, maar toch probeerde ik Frans te blijven praten. Zo geef ik haar de gewoonte mee dat mama Frans praat.’

Welke tips geeft Nora aan ouders die hun kind meertalig willen opvoeden? ‘Leer je kind geen taal aan die je zelf niet goed beheerst. Als je woorden verkeerd uitspreekt of zinnen fout zegt, leer je het je kind verkeerd aan.’ En dat is verwarrend. ‘Mijn partner wil later ook Engels praten met Lilya. Hij beheerst die taal goed. Ik doe dat niet, omdat mijn Engels niet sterk genoeg is.’

Tot slot benadrukt Nora nog één ding: ‘Probeer zo consequent mogelijk te blijven. Dat is binnen ons gezin de grootste uitdaging.’