Kato heeft diabetes type 1: ‘Ik ben er constant mee bezig’
Kato (18) begint aan haar opleiding lager onderwijs en zit in de Chiro. Oh, en ze heeft diabetes types 1. ‘Ik ben constant bezig met mijn ziekte: mijn bloedsuiker controleren, bijsturen als het niet goed is en insuline inspuiten.’
Kato: ‘Toen ik drie jaar was, hebben de dokters vastgesteld dat ik diabetes type 1 heb. Zolang ik me kan herinneren, leef ik er al mee.’
Wat is diabetes type 1?
‘Bij diabetes type 1 maakt je lichaam geen insuline meer aan’, legt Kato uit. ‘Daarom moet ik mijn bloedsuiker zelf controleren door elk uur mijn sensor te scannen met mijn gsm, die sensor is verbonden met een app op mijn gsm. Zo weet ik of en hoeveel insuline ik moet spuiten. Een kwartier voor het eten moet ik insuline spuiten en na het eten controleer ik opnieuw.’
Het is belangrijk dat haar bloedsuiker goed blijft. ‘Als het te laag zakt, kan ik flauwvallen’, zegt Kato. Dat gebeurt niet vaak, want ze grijpt op tijd in. ‘Ik voel het aankomen: ik begin te trillen, te zweten of ik word prikkelbaar. En als mijn bloedsuiker te vaak te hoog staat, kan dat op lange termijn leiden tot complicaties, zoals problemen met mijn zicht of zelfs een coma.’
Mijn vriendinnen zijn soms verbaasd als ze zien hoeveel ik met mijn ziekte bezig ben
Kato
Meer dan een paar spuitjes
Diabetes is voor Kato meer dan een paar spuitjes. ‘Je bent er constant mee bezig: je eten afwegen, inschatten hoeveel honger je hebt om te weten hoeveel insuline je moet spuiten, je moet spullen altijd meenemen. Zelfs als ik snel even naar de supermarkt ga.’
Soms houdt diabetes haar wakker. ‘Als mijn bloedsuiker niet goed staat als ik ga slapen, moet ik een wekker zetten om dit te controleren tot het weer in orde is. Soms meerdere keren per nacht. Als mijn waarden te laag staan, moet ik midden in de nacht cola drinken. Het klinkt leuk, maar dat is het niet. Door die onderbroken slaap ben ik de volgende dag moe.’
Ook op school en bij de Chiro is het niet altijd eenvoudig. ‘Tijdens de examens kan het lastig zijn als mijn waarden niet goed zijn. Dan kan ik me niet goed concentreren en verlies ik tijd. En op kamp moeten mijn vriendinnen me er soms aan herinneren dat ik mijn bloedsuiker moet controleren. Dan ben ik zo bezig met mijn spel dat ik het even vergeet.’
Onbegrip en reacties van anderen
Op haar vrienden en familie kan ze rekenen. ‘Al zijn mijn vriendinnen soms verbaasd als ze zien hoeveel ik met mijn ziekte bezig ben. Als we samen op vakantie gaan of als ze bij mij thuis komen, zien ze het pas echt.’
‘En dan zijn er nog de reacties van andere mensen’, vertelt Kato. ‘Als ik op straat mijn sensor scan om mijn bloedsuiker te controleren, krijg ik vaak vragen of opmerkingen. Als ik dan zeg dat ik diabetes heb, krijg ik vaak de reactie: “Mijn oma heeft ook suikerziekte”. Maar dat gaat meestal om diabetes type 2, en dat is helemaal anders. Of ik krijg vragen zoals: “Mag je dat wel eten?”’
En ja, dat mag ze. Kato mag alles eten en drinken, maar moet goed op haar bloedsuikerspiegel letten. ‘Als mijn waarden perfect staan, is het niet slim om cola te drinken, want insuline werkt veel trager dan de suikers van cola.’
Niet wie ze is
Voor Kato is diabetes een deel van haar leven, maar niet wie ze is. ‘Het moeilijkste is dat het constant aanwezig is in mijn leven. Je wilt gewoon normaal leven. Ik heb diabetes, maar ik ben nog steeds een normaal persoon die alles kan doen.’
‘Ik wil niet herinnerd worden als het meisje met diabetes’, zegt ze. ‘Ik ben gewoon zoals iedereen. Mijn ziekte bepaalt niet wie ik ben.’