HomeProfessioneelZorgverlenersArtsenEnterale voeding

Indicaties voor terugbetaling

De ziekteverzekering komt tegemoet in enterale voeding voor patiënten met een van onderstaande pathologieën.

  • Patiënten met:
    • ernstige neurologische pathologieën met afwezigheid of incoördinatie van de slikreflex;
    • sequellen van buccofaryngeale of laryngeale heelkunde en/of radiotherapie;
    • obstructie van de oropharynx, de slokdarm of van de maag;
    • erfelijke metabole ziekten.
  • Patiënten met een ernstige absorptiestoornis in de darmen, waarvoor een parenterale voeding noodzakelijk is of was, omwille van:
    • idiopathische inflammatoire darmziekten (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa) die:
      • geneesmiddelenresistent zijn;
      • en de uitgebreide segmenten van de darm hebben aangetast;
    • uitgebreide intestinale resecties;
    • ernstige malabsorptie in de darmen ingevolge:
      • radio-enteritis;
      • totale darmvlokkenatrofie;
      • intestinale lymfomen;
      • chronische recidiverende pancreatitis;
      • mucoviscidose;
    • surinfectie van het spijsverteringskanaal bij patiënten lijdend aan 'acquired immunodeficiency syndrome';
    • aanhoudende diarree bij kinderen, aangeboren of verworven;
    • weerstandige chyleuze ascites.
  • Kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar met een ernstige aandoening die een ondervoeding - met een weerslag op de ontwikkeling van de lichaamslengte en het lichaamsgewicht - tot gevolg heeft.
  • Patiënten die lijden aan een ernstige functionele stoornis van het gastrointestinale systeem met gedocumenteerde belangrijke weerslag op de voedingstoestand, waarbij het onmogelijk was om via orale weg (via nasoduodenale sonde of percutane jejunale sonde) de voedingstoestand op een aanvaardbare manier te corrigeren. Een omstandig verslag met de historiek van de behandelingen moet door de arts-specialist opgesteld worden en aan de aanvraag toegevoegd worden.
  • Patiënten die lijden aan een ernstige ziekte die leidt tot een ernstige ondervoeding (ofwel NRS Nutritional Risk Screening score hoger dans 3 ofwel BMI lager dan 18,5) en de aanbevolen voedingsdoelstellingen niet bereiken in de vorm van orale voeding of orale voedingssupplementen. Voor deze indicatie moet de enterale voeding ingesteld worden tijdens een ziekenhuisopname of gedurende de drie maanden die volgen op een ziekenhuisverblijf, op voorschrift van een arts die verantwoordelijk was voor de behandeling tijdens het ziekenhuisverblijf.

Het KB 10 november 1996 legt de nadruk op de kwaliteit van de indicatiestelling door een verwijzing naar een equipe binnen het ziekenhuis, die een ruime ervaring heeft met sondevoeding.

Ga ook naar