Een plek waar alleenstaande mama’s op adem komen

Toen het Miriam-programma in Lier vorig jaar stopte, leek ook de hechte vrouwengroep die eruit was ontstaan te verdwijnen. De begeleiding viel weg, de subsidies droogden op. ‘Dat vonden wij zonde,’ legt Lina Melis van Femma uit. ‘Deze vrouwen hadden elkaar echt gevonden.’

Femma

Een Miriam-groep brengt alleenstaande moeders samen die het financieel en praktisch niet altijd makkelijk hebben. Via het programma krijgen ze hulp op verschillende domeinen: werk, gezin, gezondheid en sociale contacten. In Lier werkte CM mee rond gezondheid. Tijdens enkele sessies over gezonde voeding en de brooddoos voor kinderen ontstond er iets bijzonders: naast kennis werden er ook veel verhalen gedeeld. Er ontstond herkenning tussen de vrouwen.

Duurzaam vervolg

Toen de projectsubsidie stopte, dreigde een hechte groep vrouwen uit elkaar te vallen. Dankzij Femma krijgt deze groep nu een duurzaam vervolg binnen het partnernetwerk van CM. ‘We wilden vermijden dat alles wat daar opgebouwd was, zou verdwijnen,’ zegt groepscoach Lina Melis. Samen met collega Cil Van Ostaeyen helpt ze de vrouwen hun netwerk en vrije tijd terug te vinden.

De groep is intussen diverser geworden, maar ze hebben allemaal één ding gemeen: het vrouw zijn. ‘Sommige vrouwen hebben hier weinig netwerk’, zegt Cil. ‘In deze groep voelen ze zich gezien. Ze leren elkaar begrijpen, zelfs als hun cultuur of achtergrond heel anders is.’

Laagdrempelig

De bijeenkomsten zijn laagdrempelig en warm. Geen strakke workshops, wel activiteiten die vertrekken vanuit de talenten van de vrouwen zelf. Zo leerde één van hen de anderen haken. Een andere keer plannen ze een gezellige ontmoeting. ‘Ze hebben vooral nood aan een moment voor zichzelf’, legt Lina uit. ‘Even weg van de dagelijkse zorg en opnieuw energie opdoen.’ Dat die vrije tijd zoveel betekent, merken de coaches elke maand. ‘Vrouwen zetten zichzelf als laatste op hun lijstje’, zegt Cil. ‘Maar zelfzorg is géén luxe. Door hen dat hardop te zeggen, groeit hun zelfvertrouwen evenveel als tijdens gelijk welke weerbaarheidstraining.’

De groep groeit langzaam verder via mond tot mondreclame. Toch hoeft het geen massa te worden. ‘We willen het veilig en behapbaar houden,’ benadrukt Lina. ‘Maar vrouwen die zich aangesproken voelen, zijn welkom. We hopen vooral dat zij op termijn zelf mee de schouders onder de groep zetten.’

Door de groep verder te ondersteunen, wil Femma tonen dat een project niet hoeft te verdwijnen zodra de officiële werking stopt. ‘Verduurzaming gebeurt te weinig,’ vindt Cil. ‘En dat is jammer, want verbinding heeft tijd nodig.’ Wat begon als een tijdelijk traject, groeit nu uit tot een blijvende gemeenschap. Een plek waar vrouwen elkaar dragen, talenten delen en vooral: waar vrije tijd even vanzelfsprekend wordt als zorgen voor anderen.