Meer bewegen na je 55e? Het hoeft echt niet moeilijk te zijn

Veel 55-plussers weten dat wat beweging deugd zou doen, maar toch twijfelen ze om eraan te beginnen: te intens, te vermoeiend, te competitief.

Tekst: Kathy Holbrouck

Beeld: Mine Dalemans

Leestijd: 2 min.

15/05/2026

Het zijn twijfels die Benny (68) vaak hoort. Daarom wil hij tonen dat bewegen ook anders kan. Laagdrempelig, plezant en samen met anderen. ‘Mensen wat langer aan het sporten en in beweging houden, dat is eigenlijk het voornaamste’, vertelt hij.

Als vrijwilliger bij OKRA Limburg zet hij in Schulen (Herk-de-Stad) padel en pickleball op de kaart. Niet om van iedereen een topsporter te maken, wel om mensen opnieuw zin te geven om buiten te komen en te bewegen. Want op het terrein ziet hij het elke keer opnieuw gebeuren: mensen die eerst wat onwennig toekijken, staan een halfuur later zelf te lachen als die eerste bal over het net raakt. 

Geen conditie? Geen probleem

Dat merkt hij ook bij deelnemers die zichzelf helemaal geen sporters noemen. Benny weet dat veel 55-plussers schrik hebben om aan een nieuwe sport te beginnen. Daarom koos hij bewust voor activiteiten die haalbaar zijn, waaronder pickleball. Dat is een sport op een kleiner terrein, met een paddle, eenvoudige basisregels en minder loopwerk.

‘Bij padel moet je toch al wat meer lopen’, legt Benny uit. ‘Pickleball is iets toegankelijker. Je moet niet echt al gesport hebben om ermee te starten en je houdt het langer vol. In Amerika zijn er zelfs wedstrijden voor 70-plussers!’ 

En dat stelt veel mensen gerust. Want wie denkt dat hij eerst conditie moet opbouwen of ervaring nodig heeft, hoeft zich volgens Benny nergens zorgen over te maken. Het belangrijkste is gewoon dat je het eens probeert.

Mensen die eerst aarzelend komen kijken en overtuigd zijn dat dit niets voor hen is, staan vaak sneller dan verwacht zelf op het terrein. Zodra die eerste bal lukt en de spanning wegvalt, verdwijnt ook de schroom.

Benny (68)

Na drie keer ben je vertrokken

Regelmatig komen mensen langs die naar eigen zeggen bijna nooit sporten. Toch duurt het niet lang voor ze mee zijn. ‘De eerste keer tonen we de basis en laten we mensen wat oefenen’, zegt Benny. ‘Dan voelen ze al snel dat het lukt. Tegen de derde of vierde keer kunnen ze eigenlijk al redelijk meedoen.’

Dat snelle gevoel van: hé, ik kan dit wel, maakt veel los. Mensen krijgen vertrouwen, beginnen plezier te maken en hebben zin om terug te komen. Niet zelden wordt er meer gelachen dan gescoord, en net dat haalt de druk van het moeten presteren weg.

Buitenkomen doet minstens evenveel deugd

Voor Benny draait het dan ook om meer dan alleen bewegen. ‘Hoe houden we de mensen niet alleen in beweging, maar halen we hen ook nog eens uit hun kot? Dat is eigenlijk het belangrijkste’, zegt hij.

Hij merkt hoe belangrijk het is dat mensen elkaar ontmoeten, eens lachen en gewoon even onder de mensen zijn. Precies daar zit volgens hem de kracht van deze sportmomenten. Er wordt gespeeld, maar evengoed gebabbeld en aangemoedigd. Voor veel deelnemers is net die sfeer de reden om terug te komen. Zo wordt een uurtje sporten al snel iets waar je de hele week naar uitkijkt.

Een klein duwtje kan veel in gang zetten

Benny is intussen locatieverantwoordelijke padel in Schulen, hielp een pickleballwerking opstarten en zet zich ook in binnen de lokale OKRA-afdeling van Herk-de-Stad. Toch ziet hij zichzelf niet als iemand die iets groots heeft gedaan.

Voor hem begon het gewoon met een eigen interesse in sport en de vraag: waarom zouden we daar anderen niet in meenemen? Zo werd iets wat hij zelf graag doet ook een manier om anderen letterlijk en figuurlijk in beweging te brengen. En precies daarin zit voor Benny de kracht van vrijwilligerswerk.

Voor Benny is de conclusie simpel: ‘Meer bewegen na je 55e hoeft niet zwaar of ingewikkeld te zijn. Soms heb je alleen iemand nodig die zegt: Kom, probeer gewoon eens.