Zowel artsen, tandartsen als vroedvrouwen kunnen geneesmiddelen voorschrijven. Dit kan op papier of elektronisch.

Tot 1 november was een voorschrift onbeperkt geldig. Je moest dus niet binnen een bepaalde termijn de voorgeschreven medicatie afhalen bij de apotheker. Maar het ziekenfonds betaalde ze enkel terug indien je ze aankocht binnen de drie maanden na opmaak van het voorschrift.

Vanaf 1 november: beperkt in tijd

Sinds 1 november zijn de afleverings- en terugbetalingstermijn op elkaar afgestemd. 

  • Voor geneesmiddelen die vanaf dan worden voorgeschreven, heb je in principe drie maanden de tijd om ze af te halen, te rekenen vanaf de dag dat het voorschrift is opgesteld. Van deze periode kan worden afgeweken indien de voorschrijver een einddatum op het voorschrift vermeldt. Bij medicatie die je meteen moet innemen (bv. antibiotica) zal je arts de geldigheidsduur bijvoorbeeld beperken tot één of twee weken. In andere gevallen kan de geldigheidsduur worden verlengd tot maximaal één jaar (bv. bij chronische ziekte). 
  • De terugbetalingstermijn door het ziekenfonds loopt gelijk met de geldigheidsduur van het voorschrift: ofwel tot de einddatum vermeld op het voorschrift, ofwel drie maanden indien er geen einddatum staat. 
  • Is de termijn van het voorschrift verlopen, zal de apotheker het geneesmiddel niet afleveren. 

Voorschriften opgesteld vóór 1 november blijven geldig tot en met 31 januari 2020, tenzij er een latere afleverdatum op staat. 

Vanaf 1 januari: elektronisch voorschrift verplicht

Indien je niet gehospitaliseerd bent, mogen vanaf 1 januari 2020 enkel elektronische voorschriften worden afgeleverd, behalve in enkele uitzonderlijke situaties (de voorschrijver is minstens 64 jaar, het voorschrift wordt opgesteld buiten het kabinet of bij overmacht).

Ga ook naar