HomeVoordelenZwangerschap, geboorte en adoptieUitkeringenMoederschapsrust

Moederschapsrust voor werknemers en werklozen

De moederschaprust bedraagt vijftien weken, opgesplitst in twee periodes.

Je bepaalt zelf wanneer de moederschapsrust aanvangt, maar vóór de vermoedelijke bevallingsdatum kunnen maximaal zes weken worden opgenomen.

Zes weken prenatale rust (voorbevallingsrust)

Van de prenatale rust moet minstens één week worden opgenomen voor de vermoedelijke bevallingsdatum. De overige vijf weken mag je omzetten in postnatale rust. 

Niet alle dagen prenatale rust kunnen evenwel worden opgenomen als postnatale rust. 

Wel overdraagbaar zijn onder meer:

  • dagen waarop je werkt of stempelt;
  • wettelijke vakantiedagen;
  • periode dat je arbeidsongeschikt erkend bent;* 
  • dagen van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of economische redenen;
  • periode van werkverwijdering.

Negen weken postnatale rust (nabevallingsrust)

De postnatale rust begint steeds vanaf de bevallingsdatum en moet negen weken tellen. Ze kan eventueel worden verlengd met het overdraagbare gedeelte van de prenatale rust.

Postnatale verlofdagen

Als de moederschapsrust na de negen weken verplichte postnatale rust (elf weken bij een meerling) nog verlengd kan worden met minimaal twee weken, kun je de laatste twee weken omzetten in postnatale verlofdagen

Specifieke situaties

In onderstaande situaties is een specifieke regeling van toepassing:

Ga ook naar


Download


CM-diensten en -voordelen