HomeZiekteKlachten en ziektenBeroerte

Hoe ga ik het best om met patiënten?

Gevoelens

  • Verminder gevoelens van onzekerheid en verminderd zelfvertrouwen door complimentjes te geven naar aanleiding van concrete voorvallen. Maar complimenteer niet te snel en te veel als de patiënt weinig zelfvertrouwen heeft.
  • Wees alert voor het verschil tussen echt verdriet of plezier en dwangmatig gedrag als de patiënt emotioneel labiel is. Ga niet in op dwangmatig huilen of lachen, maar probeer de aandacht te verleggen.

Gedrag

  • Verwacht niet te veel van een patiënt. Sommigen overschatten hun mogelijkheden en zijn zich niet bewust van hun beperkingen, wat onveilige situaties kan teweegbrengen. Vraag bij twijfel aan de arts wat iemands mogelijkheden zijn en ga niet zomaar af op wat de patiënt je vertelt. Probeer hem duidelijk te maken wat zijn tekortkomingen zijn, maar beklemtoon zeker ook wat hij wel goed kan.
  • Gebruik oude ervaringen bij het aanleren van nieuwe dingen. Als de patiënt vroeger bv. goed kon stappen, wijs hem er dan op dat hij zich op dezelfde manier kan blijven verplaatsen, maar dat het alleen wat trager gaat. Vraag concentratie voor het stappen op zich.
  • Doseer opdrachten en geef informatie stap voor stap als de patiënt moeilijkheden ondervindt om meerdere dingen tegelijk te doen. Bv. 'hier is het washandje' en dan pas: 'was nu je gezicht'.
  • Voer handelingen stap voor stap uit samen met de patiënt, bv. klaarleggen van de kleding in de juiste volgorde tot het aankleden zelf. Patiënten kunnen problemen hebben met het uitvoeren van praktische handelingen (apraxie).
  • Geef veel feedback wanneer de patiënt langzaam en onzeker gedrag vertoont. Stimuleer om dingen zelf uit te vinden en te proberen, ook al maakt hij daar fouten bij. Bied ook veilige oefensituaties aan, bv. begeleid een stukje trap op en af gaan.
  • Stimuleer de patiënt om deel te nemen aan activiteiten of betrokken te zijn bij anderen. Patiënten met een beroerte tonen vaak minder belangstelling voor hun familieleden of hobby’s. Interesse voor hun vroegere beroep of bezigheden stellen ze meestal wel op prijs.
  • Maak duidelijke afspraken over tijd. Door de hersenbeschadiging kan immers het tijdsgevoel veranderd zijn en kan de patiënt altijd gehaast zijn.

Beweging

  • Stimuleer de patiënt om zijn lichaamshelft die hij meestal negeert toch te gebruiken. Benader hem ook altijd via die zijde.
  • Verdeel elke handeling in kleine stappen en laat de patiënt nadenken vooraleer hij de volgende handeling begint. Maak visueel aanschouwelijk wat er moet gebeuren als de patiënt impulsief gedrag vertoont of handelt zonder er vooraf over na te denken.
  • Zet alles zoveel mogelijk op een vaste plaats en hanteer een eenvoudige ruimtelijke indeling als de patiënt het moeilijk heeft om afstanden in te schatten.

Veelgestelde vragen

Dokter Michiel Callens, preventie-arts CM