Klierkoorts is een infectieziekte, die vooral kleine kinderen en jongvolwassenen treft. 

Omdat het virus ook wordt overgebracht door te zoenen, wordt klierkoorts ook wel eens de kusziekte genoemd.

Ongeveer negentig procent van de volwassenen heeft ooit klierkoorts gehad, meestal als ze jonger waren dan vijf jaar. Maar de meesten weten het niet omdat er bij kinderen meestal amper symptomen zijn, waardoor de ziekte vrijwel onopgemerkt verlopen is en misschien werd afgedaan als keelpijn of een griepje.

Symptomen

Bij kinderen zijn de symptomen dikwijls afwezig of zo vaag dat de diagnose vaak niet wordt gesteld. Soms treedt er milde koorts op, huiduitslag of een longontsteking. 

Als je klierkoorts doormaakt tijdens de puberteit of als jongvolwassene, zijn de symptomen vaak meer uitgesproken. Bij jongvolwassenen treden koorts, keelpijn en gezwollen lymfeklieren op. De amandelen vertonen een wit beslag en kunnen samen met de klieren in de hals zodanig gezwollen zijn dat slikken erg pijnlijk is. Ook op andere plaatsen kunnen de klieren gezwollen zijn (bv. aan kaken of oksels). De keelpijn houdt vaak langer aan dan bij een gewone keelontsteking. Een andere erg opvallende klacht is uitgesproken vermoeidheid. Sommigen hebben er weinig last van, maar anderen zijn zo moe dat ze extra rust moeten nemen. 

Andere mogelijke symptomen zijn onder meer:

  • zwelling van de oogleden;
  • verminderde eetlust;
  • spierpijn;
  • huiduitslag;
  • gezwollen milt;
  • gezwollen lever;
  • leverfunctiestoornissen, waardoor soms een gele huidskleur ontstaat. 

Uitzonderlijk zijn er ernstigere symptomen of verwikkelingen zoals:

  • ontsteking van de hartspier;
  • bloedarmoede;
  • ontstekingen van de gewrichten of de zenuwen.

Klierkoorts kan meestal geen kwaad en gaat vanzelf over. Hoelang de ziekte duurt, is niet te voorspellen. Soms blijft de vermoeidheid weken tot maanden aanslepen nadat de andere symptomen verdwenen zijn.

Het virus blijft levenslang in het lichaam aanwezig. Bij een verminderde weerstand kunnen de symptomen weer opflakkeren.

Veelgestelde vragen

Bron: www.gezondheidenwetenschap.be, bewerkt door dokter Elise Rummens, preventie-arts CM